‘DOOD, MAAR NIET VERGETEN’

Graven en grafkelders op ‘den Aje Kirkhaof te Roermond

 

 AANVULLINGEN VAN GRAFBESCHRIJVINGEN NA HET VERSCHIJNEN VAN HET BOEK OP 16 JANUARI 2015

 

(in alfabetische volgorde)


Joannes Hubertus Aben (1884-1962) (Vak 2a, 37)
Joannes Aben aanschouwde het levenslicht in Linne. Zijn ouders waren Frans Hubert Aben en Cornelia Mechteldis Meuwissen. In 1912 vestigde het gezin Aben-Kroonen zich aan de Heinsbergerweg in Roermond. Joannes Aben werd uiteindelijk boekhouder bij de ijzerwarenfirma Cillekens-Dreesens aan de Neerstraat (zie: pag. 51). Uit zijn eerste huwelijk met Silvestina Petronella Kroonen (1878-1929), afkomstig uit het Brabantse Huisseling (gemeente Oss), werden vier jongens en één meisje geboren. In 1931, ná het overlijden van zijn echtgenote, trouwde hij voor de tweede maal met de uit Delft afkomstige Hendrika Maria Steenweg (1889-1976). In 1932 zou een, uit dit huwelijk levenloos geboren kindje, worden begraven in vak 16, nummer 23. Joannes Aben was lid van de Aartsbroederschap van de Heilige Familie (zie: noot 248) en werd onderscheiden met de Eremedaille in Zilver, verbonden aan de Orde van Oranje Nassau. In februari 1929, enkele maanden vóór het overlijden van hun echtgenote en moeder, liet de familie Aben, in de processiegang van Kapel in ’t Zand’ een devotietegeltje plaatsen met de tekst: ‘Onze Lieve Vrouw in ’t Zand, blijf ons huisgezin beschermen’.

------

Devotietegel Aben-Kroonen(wandvlak 35J15, geheel rechts)-------------------gragraf Johannes Hubertus Aben

 

 

Ruben Sally Hendrik Baer (1943-1943) (Vak C,3)


Voor zover bekend was het enige uiterlijk nog deels herkenbare kindergrafje op de nieuwe joodse begraafplaats dat van de slechts vier dagen oud geworden Ruben Baer. Zijn moeder Flora Salomon, geboren op 28 januari 1905 te Ottweiler/Saar/ Duitsland, werd voor de bevalling van haar kindje opgenomen in het Laurentius ziekenhuis in Roermond, alwaar enkele dagen na de geboorte haar zoontje op 13 april 1943 is overleden. Met medewerking van het ziekenhuispersoneel heeft zij kunnen onderduiken bij de familie Roosendaal in Wessem en zo kunnen ontsnappen aan de derde deportatie naar Westerbork, die vrijwel samenviel met haar verblijf in het ziekenhuis. Enkele maanden later werd zij verraden door een NSB‘er en vervolgens gearresteerd door de Roermondse politiecommandant Toon Roselle, die een fervent jodenjager was en in 1944 alsnog naar het concentratiekamp Bergen-Belsen weggevoerd. Zij overleefde echter de ontberingen en keerde na de bevrijding van het kamp op 15 april 1945 door de Britten, weer terug bij de familie Roosendaal. Na haar herstel aldaar emigreerde zij vervolgens naar de Verenigde Staten. In New-York trouwde zij op 11 december 1948 met de uit Ansbach/Bayern afkomstige Siegfried Schild*, een succesvol slager en eigenaar van een exclusieve delicatessenzaak in Upper Manhattan in de wijk Washington Heights. In deze wijk vestigden zich vele gevluchte joden uit Europa, zo ook haar zwager Max Baer, zijn vrouw Martha en hun kinderen Henry, Werner en Ruth, die eveneens begin veertiger jaren naar de VS gevlucht zijn en ook in Washington Heights NY zijn gaan wonen. Flora Salomon overleed in maart 1987, 82 jaar oud. Rubens vader Leo Baer (1886-1944), geboren in Idar-Oberstein (D.), kwam in Auschwitz om, evenals zijn in Vierssen (D.) geboren 13 jarige zoon Rolf Helmut Baer (1931-1944). Het gezin woonde destijds aan de Dr. Leursstraat 8. Op 9 mei 2017 werd er in opdracht van de Stichting Oude Kerkhof een nieuw grafmonumentje op het grafje geplaatst en werd het geadopteerd door leerlingen van de tegenover de begraafplaats gelegen Synergieschool.

In 1996 documenteerde en fotografeerde de in 2016 overleden universitair docent Bijbels Hebreeuws Adrie Drint joodse begraafplaatsen in Limburg. Ook bezocht zij het Oude Kerkhof in Roermond alwaar zij onder meer de oorspronkelijke, daarna niet meer aanwezige matseva op het grafje van Ruben Baer fotografeerde (zie foto). In het bevolkingsregister van Roermond wordt vermeld dat, in afwijking tot de tekst op de grafsteen, Ruben Baer geboren zou zijn op 6 april 1943 en overleden op 10 april 1943. Bij het laten vervaardigen van de nieuwe grafsteen is initiatiefnemer Stichting Oude Kerkhof, wat de tekst betreft, uitgegaan van de waarneming van het oude grafsteentje destijds door Adrie Drint.

*Siegfried Schilds eerste vrouw Paula en hun dochter Elfriede zijn in 1941 naar Riga getransporteerd en aldaar vermoord. Siegfried Schild is na de 'Kristallnacht' verhuisd naar München en van daar uit via Engeland in 1940 gevlucht naar de Verenigde Staten. Zijn andere dochter Gerda verhuisde in 1939 naar Berlijn alwaar zij een verpleegstersopleiding volgde en ging werken in een Joods hospitaal. Hier ontmoette zij nazi kopstukken als Adolf Eichmann, Rolf Günther en Alois Brunner. In 1943 werd zij gedeporteerd naar Theresienstadt. In 1945 werd zij bevrijd en voegde zich in 1946 bij haar vader in de USA.

Met dank aan Hein van der Bruggen, Roermond en Edith Baltes-Johnson, Keulen.
Bron: 'Stilte en lofzang, joodse begraafplaatsen en grafstenen in Limburg' door Adrie Drint, LGOG 1996.



---- ----

 

Flora Baer-Salomon, moeder van -----------------De oorspronkelijke matseva----------------De in 2017 geplaatste nieuwe grafsteen-----------

Ruben Baer (archief Hein van der Bruggen)

 





 

Wim Bär (1956-1956)(Vak 16, 19)
Wimmetje Bär, elfde van twaalf kinderen uit het huwelijk tussen Louis Wilhelmus Adolf Maria (Louis) Bär (1911-2004) en Frederica Catharina (Fried) Boonen (1916-1997) kwam op 19 oktober 1956 levenloos ter wereld. In 2012 werd op de plek waar hij destijds begraven werd een nieuwe grafsteen geplaatst. De in Utrecht geboren Louis Bär was een zoon van de uit Maastricht afkomstige Jean Joseph Bar*, aldaar bedrijfsleider bij Vroom en Dreesmann. Diens echtgenote, Agnes Constantia Cornelia Maria van Gorp, was een dochter van Wilhelmus van Gorp, in 1879 oprichter van de wollenstoffenfabriek ‘Van Gorp de Wijs’ in Tilburg.
Louis Bär studeerde medicijnen te Utrecht en nam ná zijn huwelijk in 1939 te Beek bij Maastricht, in 1940 de huisartsenpraktijk over van Tiny Imkamp aan de Kloosterwandstraat 5 te Roermond (zie pag. 224/225 en foto elders). Vanaf 1945 was de praktijk van dokter Bär gevestigd aan de Willem II Singel 67, de locatie waar nu het Gerechtsgebouw gevestigd is en tot 1980 aan de overkant in het voormalige pand van bloemisterij Kessels op nummer 88. De in Beek (L.) geboren echtgenote Fried Boonen bezocht zowel de kostschool bij de ursulinen in Roermond als ook St. Gilis in Camberwell, Londen. Haar in 1886 te Buggenum geboren vader, Godefridus Josephus Hubertus Boonen, begon in die plaats als paardenhandelaar op Groot Melenborgh en richtte in 1912 de nog bestaande steenfabriek Façade te Beek op. Haar moeder, Gertrudis (Truuke) Simons (1885-1980), was een dochter van de steenfabrikant Henricus Simons te Maasniel. Fried Bär-Boonen runde het grote gezin en organiseerde in de avonduren daarbij de drukke 24-uurs artsenpraktijk. Het echtpaar Bär-Boonen is begraven op de algemene begraafplaats ‘Tussen de Bergen’.

*De schrijfwijze Jean Joseph Bar is correct. Tijdens zijn leven werd de achternaam veranderd in Bär om het in het Noorden ‘protestantser’ te laten klinken.

Met dank aan Harrie Bär, Roermond

-

--------------Louis Bär (1911-2004)--------------------------------------Fried Bär-Boonen (1916-1997) met een van de nakomelingen

graf Wimmetje Bär

 

 

 

Barbara Becks (1863-1939) (Vak 14, 34)
De in Swalmen geboren winkelierster Barbara Becks was slechts 16 jaar oud toen zij in 1880 trouwde met de 47jarige Willem Emilius Caquelin. Haar jonge leeftijd bleek geen beletsel om voor de kerk in het huwelijk te treden met haar 31 jaar oudere echtgenoot. Of er in verband hiermee dispensatie aan dit huwelijk verleend werd, is niet bekend. Willem Emilius Caquelin werd in 1832 geboren in Nijmegen, was van 1876 tot 1891 stationschef in Swalmen en overleed in 1906. Het echtpaar Caquelin-Becks kreeg tussen 1881 en 1889 zes in leven gebleven kinderen.

 

Maria Algonda Mathilda Wilhelmina Beel (1903-1905)(Vak 1b, 23)
Een liggende gebeeldhouwde grafsteen met inscriptie langs de westelijke muur markeert de plaats waar de slechts 17 maanden oud geworden Maria Beel begraven is. Zij was het vierde kind uit het huwelijk tussen Theodoor Beel en Anna Maria Rutten. Haar in 1902 geboren broer Louis Beel werd later minister-president van Nederland. In 1910 zag broer Edmond Beel (de latere hulpbisschop van het bisdom Roermond) het levenslicht. (zie: pagina’s 155, 184 en 307)


Grafsteen Maria Beel

 

Lucia Maria Katharina de Bock(1945-1945) (Vak 15, 3)
Lucie de Bock werd op 8 februari 1945 te Wuppertal (D.) geboren. Zij overleed 25 mei 1945 om 23.45 uur te Roermond en werd 3 maanden en 17 dagen oud. Haar ouders waren Johannes Joseph Hubertus de Bock, van beroep kantoorbediende en Theodora Hendrika Johanna Welling, zonder beroep.
(Mededeling Maria Lesscher-de Bock, Morsbach, NRW, Duitsland).

 

 

Hubert Marie Pierre van Borren (1912-1935) (Vak 9, 20)
Op 14 maart 1935 stortte bij werkzaamheden aan de water- en gasleidingen bij het Redemptoristenklooster van de 'Kapel in 't Zand' aan de Heinsbergerweg een muur in waarbij hulpfitter bij de Waterleidings maatschappij, Huub van Borren, wonende aan de Lindanusstraat 16, op slag gedood werd. Twee collega's konden ternauwernood uit de diepe geul komen die langs de muur gegraven was teneinde er nieuwe buizen in te plaatsen. Het verschuiven van een zandlaag bij de fundamenten bleek de oorzaak van de instorting. Het slachtoffer had nog snel enkele werktuigen willen grijpen alvorens hij de kuil zou verlaten, met het gevolg dat hij niet tijdig weg kon komen.
De in allerijl ontboden dokter Wiggelendam kon slechts de dood constateren. Op 18 maart werd Van Borren vanuit de Kathedrale Kerk naar zijn laatste rustplaats gebracht.
(Met dank aan Jo Schreurs, Herten)

 

Huub van Borren


Ludovicus Campers (1896-1928) (Vak 3b, 34)
Op vrijdag 13 juli 1928 om 14.20 uur vond er in de Staatsmijn Hendrik te Brunssum een grote ramp plaats. Een mijnwerker had met een van benzine voorziene veiligheidslamp (z.g. Davylamp) gekeken of er in breukpijler 436 mijngas in de gang aanwezig was. Waarschijnlijk door een abrupte beweging van de lamp, vatte het uiterst brandbare methaangas in de mijngang vlam en explodeerde waardoor meerdere galerijen instortten. Er vielen dertien slachtoffers waaronder de in Roermond geboren Lowie Campers, 31 jaar oud en vader van zes jonge kinderen, waarvan de jongste slechts twee maanden oud. Pas dertien dagen later konden reddingswerkers de plaats bereiken waar de ontploffing was ontstaan. Daar konden zij twee koempels bergen. Een dag later kon uiteindelijk de laatste dode worden gelokaliseerd en geborgen. Op 30 juli 1928 werd voorman-houwer Campers in Roermond begraven

 

 

Lowie Campers


Jo Claessen (1921-1944) (Vak 22, 50)
Op de grafsteen van Jo Claessen is vermeld dat hij is overleden tengevolge van een droevig ongeval. Op 17 november werd het ‘Roermondse Veld’ getroffen door een granaataanval vanuit de overkant van de Maas. Moeder Claessen, wonende aan de Mauritsstraat 7, riep ter bescherming van alle huisgenoten dat men zich snel naar de kelder moest begeven. Zoon Jo, die nog bij zijn ouders woonde, wilde eerst nog even een boterham in de woonkamer maken, toen hij in de hartstreek getroffen werd door een uiterst kleine granaatscherf, die aan rugzijde het lichaam weer verliet. Jo Claessen was op slag dood. Jo was sportief aangelegd en diverse malen geselecteerd om deel uit te maken van het Zuid-Nederlands voetbalteam. Hij was werkzaam als meubelmaker bij de firma Hansen aan de Godsweerdersingel (zie: pag. 169/170). De ouders van Jo Claessen waren de uit Melick afkomstige mijnwerker Sjeng ( ‘de Witte’) Claessen en de Roermondse Lies van der Goor.

Mededeling Harrie Sarton, Roermond

Jo Claessen (1921-1944)

 


Susanne Charlotte Clarenbach (1834-1873) (Vak A, 550)
De vader van Susanne Charlotte Clarenbach was de uit Remscheid afkomstige Peter Arnold Clarenbach (1794-1869). Tengevolge van de slechte economische verhoudingen in zijn geboorteland Duitsland emigreerde hij in 1922 naar Java alwaar hij onder meer te Semarang in diverse administratieve functies werkzaam was. In 1823 huwde hij Wilhelmina Frederika von Wolzogen (1796-1871), geboren in Semarang (Indonesië). Wolzogen is de naam van een oorspronkelijk Neder-Oostenrijks adellijk geslacht dat zich uitbreidde, enig aanzien genoot en tot op heden nog gedeeltelijk bestaat. De Indo-moeder van Wilhelmina Frederika von Wolzogen behoorde tot het geslacht Von Stralendorff. Deze tak is geparenteerd aan o.a. actrice Wieteke van Dort (*1943) en Andy Tielman (1936-2011), oprichter van de Indo rockband de ‘Tielman Brothers’ Het eerste huwelijk van Wilhelmina Frederika von Wolzogen was met de Amsterdammer Frederic Bor (1786-1821), waaruit één dochter geboren werd. In 1823 vond te Semarang haar tweede huwelijk met Peter Arnold Clarenbach plaats waaruit zes kinderen, onder wie Susanne Charlotte Clarenbach, ontsproten zijn. Peter Arnold Clarenbach overleed op het landgoed Stoegoer, Midden-Java.* Zijn dochter Susanne trouwde in 1855 te Salatigo (Java) met Joseph Wolff, majoor der Oost Indische Cavalerie. In 1859 werd in Batavia hun eerste dochter Josephina Charlotte Wilhelmina geboren, in 1862 hun tweede dochter Susanna Charlotte Josephina in het district Weltevreden, in de koloniale tijd een door Europeanen bewoonde villawijk van Batavia, ongeveer 12 km verwijderd van het stadscentrum. Na het overlijden van Joseph Wolff in 1868 werd Leonardus Adrianus Hoogenstraaten, gepensioneerd administrateur van de tinmijnen te Marawang op het eiland Banka, gehuwd met Arnolda (Daatje) Brouwer en wonende te Tegelen, tot voogd van de kinderen benoemd**. Josephina Wolff huwde in 1877 te Roermond Jan Prosper Schoemaker, kapitein bij het KNIL. Hij werd geboren in Fort Willem 1 op Java, overleed in 1918 te Den Haag en werd begraven in Nijmegen. Het echtpaar kreeg drie kinderen waaronder Charles Prosper Schoemaker en Richard Leonard Arnold Schoemaker (1886-1942) ***. Laatstgenoemde werd geboren in Roermond, nam als schermer deel aan de Olympische Spelen in 1908 te London, was hoogleraar architectuur en in WO II leider van de verzetsgroep Schoemaker. In 1942 werd hij te Sachsenhausen wegens verzetsactiviteiten gefusilleerd. Hun beider grootmoeder, Susanne Wolff-Clarenbach vestigde zich voorheen, na eerst gewoond te hebben bij het echtpaar Hoogenstraaten in Tegelen, in 1872 aan de Veldstraat in Roermond alwaar zij vier maanden later, 38 jaar oud, overleed.**** Haar bijna 150 jaar oude grafsteen is, ondanks de met enige moeite te lezen tekst, nog in redelijke goede staat.

Bronnen:
* Genealogie Clarenbach in de Indische Navorscher Jrg. 4, 1938, pag. 43-44,

** Zie Aanvullingen grafbeschrijving Leonardus Adrianus (Leo) Hoogenstraaten (1812-1893) (Vak A, 696). Voor Arnolda Brouwer was dit haar tweede huwelijk. Haar eerste huwelijk was met Jean François Schoemaker die in 1817 te Waterloo (B.) geboren werd en in 1856 te Batavia overleed aan opgelopen verwondingen. De twee kinderen uit dit huwelijk, Jan Prosper Schoemaker en Johanna Maria Schoemaker werden liefdevol in het gezin Hoogenstraaten opgenomen.

*** Prof. Ir. Charles Prosper Wolff Schoemaker (1882-1949) werd in Nederlands-Indië geboren, bracht een deel van zijn jeugd door in Roermond en ging later als afgestudeerd ingenieur terug naar Indië. Charles behoorde tot de derde generatie Schoemakers die woonachtig was in Nederlands-Indië. Ook de Nederlandse tak van de familie bestond voor een groot deel uit militairen. In 1921 veranderde hij zijn achternaam in Wolff Schoemaker. Wolff was de familienaam van Schoemaker’s moeder Josephina Wolff. De oudste zoon, Jan Prosper, trouwde met de oudste van de twee, Josephine Charlotte Wolff. Op gevorderde leeftijd zou Josephina Wolff haar oudste zoon Charles gevraagd hebben haar familienaam aan zijn eigen familienaam toe te voegen omdat de naam anders zou uitsterven. Charles was eerst als militair werkzaam bij de Genie in het KNIL, was directeur Gemeentewerken in Batavia en begon daarna aan eigen architectenbureau te Bandoeng. Hij behoorde tot de top drie van de Nederlandse architecten in vooroorlogs Nederlands-Indië en werd omschreven als de ‘Frank Lloyd Wright’ van Indonesië (Wikipedia). Vermeldenswaard is het gegeven dat een van de ex- echtgenotes van Charles (hij huwde vijf maal), Corona Hilgers, geparenteerd is aan de stamboom van Prins Bernhard . Charles Prosper Wolff Schoemaker, die een zeer goede vriend was van de eerste president van Indonesië Soekarno, werd Islamiet en voegde de naam Kemal toe aan zijn geboortenamen.
In 2008 promoveerde C.J. van Dullemen (1954) aan de Universiteit Utrecht met zijn proefschrift ‘Op zoek naar de tropenstijl: leven en werk van prof. Ir. C.P. Wolff Schoemaker, Indisch architect. Deze dissertatie is bij het samenstellen van deze grafbeschrijving meermaals geraadpleegd.

**** Testament Susanne Charlotte Clarenbach, weduwe van Jozef Wolff, Tegelen in GAR, Archief Guillon inv.nr. 1871/80 d.d. 3 okt. 1871

Links de laatste rustplaats van Louisa Sloot-Van Haastert, rechts het graf van Susanne Wolff-Clarenbach


Hanna (Anna) Cohen de Kadt (1812-1901) (Vak C,54)
Op het oudste gedeelte van de nieuwe joodse begraafplaats bevindt zich de enige liggende steen op een sefardisch graf. Alle overige rechtopstaande matseva’s op dit gedeelte hebben een asjkenazische signatuur. Asjkenaziem is de aanduiding voor joden afkomstig uit Midden-en Oost-Europa; de Sefardische joden komen van origine uit Spanje, Portugal, Marokko en andere landen rond de Middellandse Zee.
Hanna Cohen de Kadt werd geboren in Oss (N.B.) en was gehuwd met de uit Emmerich (D.) afkomstige koopman Alexander Jacob Amsel (1800-1879). Hij overleed onverwacht te Keulen daags vóór het voorgenomen huwelijk op 2 juli 1879 van zijn jongste zoon Philip met Emmy Schwartz, de dochter van de plaatselijke rabbijn en werd aldaar begraven. Het echtpaar Amsel-Cohen de Kadt kreeg tien kinderen, waarvan er twee eveneens hun laatste rustplaats op dit gedeelte gekregen hebben: Sara Amsel (1836-1919) (vak C,14), getrouwd met Israel de Wolff (1841-1866) en de ongehuwd gebleven Elisabeth Amsel (1843-1916) (vak C,11). In Oss werden geboren Jacob (1834), Israel (1835) en Sara (1836), in Roermond Salomon (1838), Amalia (1841), Elisabeth (1843), Benjamin (1845), Philip (1847), Helena (1850) en Eva (1856). Enkele kinderen van de echtelieden emigreerden naar Nederlands Indië (Semarang) om aldaar een bestaan op te bouwen. De oudste zoon Jacob Amsel huwde met Jeanne van Rheeden, werd een succesvol expediteur en overleed er in 1875. Een dochter uit dit huwelijk was de in Semarang geboren Eva Amsel (1870-1946). Zij trouwde in 1892 te Brussel met de Roermondenaar Hubert Louis Beltjens (1858-1923). Beiden rusten in het familiegraf Beltjens, vak 569/570, 667-668. (zie: pag. 69)
De familie Amsel-Cohen woonde onder meer aan de Godsweerdersingel 31 te Roermond. Een te Emmerich geboren jongere zus van Alexander Jacob Amsel, Charlotte Amsel (1802-1859), was er eveneens woonachtig. Hanna Cohen de Kadt had vijf broers en zusters waaronder Elisabeth/Bloeme Cohen (1825-1884) (vak C,35) die getrouwd was Hartog Goudsmit (1807-1885). Diens graf (vak C1,1) kwam in 2005 in het nieuws vanwege de grove grafschennis die er op gepleegd werd (zie: pag. 299). Een afstammeling van de familie De Kadt was de onafhankelijk politiek denker, activist, journalist en publicist Jacques de Kadt (1897-1988).

___

Graf van Hanna Amsel-Cohen de Kadt

 

Wilhelmus Louis (Willy)Colenbrander (1912-1935)(Vak 9,35)
De slechts 22 jaar oud geworden Willy Colenbrander was een zoon van de uit Amsterdam afkomstige Jacobus Marinus Hendrikus Colenbrander (1883-1966) die in 1907 met de in Amersfoort geboren Johanna Maria van den Eshof (1886-1963) in het huwelijk trad. Tussen 1907 en 1921 zou het echtpaar zes kinderen krijgen. Jacobus Colenbrander was, na eerder tweede machinist te zijn geweest, opzichter bij een chemische fabriek. Op zondagavond 30 juni verloor Willy Colenbrander, die aan de Lovaniostraat in het Roermondse Veld woonde, de macht over het stuur van zijn motor en botste ter hoogte van Maasbracht-St.Joost tegen een boom. Hij overleed ter plaatse aan zijn verwondingen. Een boom markeert zijn laatste rustplaats.

 

Antonius Josephus Deklerk (1858-1927)(Vak 4a, 27)
De stamvader van de Roermondse familie De Klerk is waarschijnlijk afkomstig uit Zutphen. De in 1797 aldaar geboren Franciscus de Klerk kwam vanwege zijn militaire loopbaan uiteindelijk in Maastricht terecht. Hij verwekte een kind bij de uit die plaats afkomstige Catharina de Clercq. Hoewel zij op het moment van aangifte bij de burgerlijke stand van de geboorte van hun zoon niet getrouwd waren, erkende hij het kind als zijn zoon. Tengevolge van een administratieve fout werd deze echter ingeschreven als Carolus Franciscus Deklerk (1825-1861). Deze zoon was wever van beroep en trouwde in Roermond met Maria Elisabeth Haldermans. Het echtpaar vestigde zich daar en woonde onder andere in de Pelserstraat. De jongste van hun zeven kinderen was Antonius Josephus Deklerk, van beroep schrijnwerker/meubelmaker. Hij trouwde in 1880 met de Roermondse Anna Maria Hubertina Majolein (1856 -1935). Zij was een dochter van de in 1831 geboren Piet Mazolijn en Gertruida Dekkers (1838) . Vóór haar huwelijk stond Anna Majolein in het bevolkingsregister ingeschreven als strijkster, maar was als inwonende dienstbode werkzaam bij meubelfabrikant Van de Winkel aan de Neerstraat en de architectenfamilie Bolsius-Stoltzenberg aan de huidige Andersonweg (zie respectievelijk : pag. 112-114 en pag. 105-107).
Het echtpaar Deklerk-Majolein betrok na hun huwelijk een woning in de Brugstraat en daarna woonden zij achtereenvolgens aan de Looskade, de Vismarkt, de Roersingel en de Bisschop Boermansstraat. Uit dit huwelijk werden elf kinderen geboren: zeven jongens en vier meisjes. Vrijwel alle zonen kregen administratieve functies; enkelen van hen waren als zodanig verbonden aan de Roermondse rechtbank. Zij wisten daar te bewerkstelligen dat hun familienaam juridisch gewijzigd werd tot de oorspronkelijke schrijfwijze De Klerk. Dit gold echter alleen voor de mannelijke lijn, zodat alle zonen uit het gezin nu de naam De Klerk dragen en alle dochters de schrijfwijze Deklerk behielden.
Omdat vrijwel alle kinderen muzikaal waren, zijn zij bijna allemaal lid geweest van de Koninklijke Roermondse Zang- en Muziekvereniging, terwijl de mannen ook zongen in het Kathedrale kerkkoor.
Anno 2018 wonen er geen nakomelingen in de mannelijke lijn van deze familie meer in Roermond.
De eerste echtgenote van de oudste zoon van het echtpaar Deklerk-Majolein, Petrus Joseph de Klerk (1881-1959), de in 1928 overleden Emelie Linssen, rust in vak 2a, 4.
In vak 3b, 10 is in 1946 de in 1886 geboren vierde zoon Josephus Hubertus de Klerk begraven. Zijn echtgenote, de in 1889 te Maasbracht geboren Johanna Maria Sliepen, rust op de Algemene Begraafplaats ‘Tussen de Bergen’. Hun beider zoon Josephus Hubertus Cornelis (Jo) de Klerk (1922-2011) is bijgezet in het graf van zijn vader.
Dochter Anna Maria Hubertina Deklerk ((1890-1979) trad in 1918 in het huwelijk met Franciscus Hubertus Slenders (1892-1972) (zie: pag. 78-79).

Met dank aan Frank Slenders, Roermond

--------- ------------

Antonius Josephus Deklerk (1858-1927))---------------Anna Maria Hubertina Majolein (1856-1935)

Het echtpaar Deklerk-Majolein te midden van hun familie

 

 

Andreas Hubertus Desserjer (1881-1935)(Vak 9, 7)
De achternaam Desserjer is afgeleid van de Franse benaming De Serière. De naam kent vele variaties. De stamreeks begint rond 1572 met Jean de Serière die beschouwd kan worden als de stamvader van het uit de Languedoc (F.) afkomstige geslacht, vanaf 1868 bij Koninklijk Besluit behorend tot de Nederlandse adel. Diverse afstammelingen van dit geslacht waren tussen 1830 en 1944 werkzaam als (assistent) resident in Nederlands-Indië. Rond 1700 werd de benaming ‘du Bisournet’ aan de achternaam toegevoegd, zodat de volledige achternaam De Serière du Bisournet luidde. Via François de Serière du Bisournet (circa 1737-1811), majoor in Hollandse Dienst, geboren in Thoiras (Languedoc) en gehuwd met de Luikse Marie Caron (1783-1907), vestigde de familie zich in het Limburgse Thorn. Nazaten woonden achtereenvolgens in Roggel, Linne, Melick-Herkenbosch en Roermond. Wilhelmus Hubertus Deserriere (zoon van Louis Victor de Serjere) werd in 1835 geboren te Linne en overleed in 1921 in Melick. Hij was rijksveldwachter en woonde op het landgoed Schöndeln in dienst van burggraaf Charles van Aefferden (zie: pag. 133)
Zijn echtgenote was de in Roermond geboren Anna Maria Simmelink (1846-1928) (Vak 3b, 18), een dochter van de brigadier der Marechaussee Jan Simmelink en Maria Robben. De uiterlijke kenmerken van haar graf zijn niet meer aanwezig. Hun zoon Andreas Hubertus Desserjer werd te Linne geboren en trad in 1912 in het huwelijk met Hubertina Maria Knabben (1890-1944), afkomstig uit Melick-Herkenbosch. Van beroep was hij medewerker bij de Nederlandse Spoorwegen en zou als spoorboombediener aan de spoorwegovergang aan de Kapellerlaan gewerkt hebben. Tengevolge van een ernstige ziekte is hij naar een ziekenhuis in Utrecht gebracht alwaar hij is overleden. Zowel het stenen grafmonument van Andreas Desserjer alsook het gietijzeren kruis op het graf van Hubertina Desserjer-Knabben zijn nog in goede staat. In 1973 werd het toegestaan de achternaam Desserjer te wijzigen in ‘De Serière du Bisournet’. Bijna alle zonen en dochters van Andreas Desserjer hebben hier gebruik van gemaakt.
Mededeling Wim Desserjer, Nijmegen


Andreas Desserjer en echtgenote ------Anna Simmelink en echtgenoot Wilhelmus Deserriere --Woonhuis familie Deserriere aan de Heinsbergerweg Hubertina Knabben------------------------------------------------------------------------te-Schöndeln

 

 

Johan Willem Constant Doijer (1829-1908) (Vak B, 45-46). De uit Zwolle afkomstige doopsgezinde Johan Doijer was gehuwd met de in Zutphen geboren Petronella Christina Kromhout (1840-1907). Zij stamde uit een gezin met negen kinderen, waarvan er vier levenloos geboren werden. Van 1858 tot 1872 was Doijer burgemeester van de Overijsselse gemeente Diepenheim (nu Hof van Twente). In 1875 verhuisde hij naar Roermond waar hij ging rentenieren. Hun graf op het protestantse deel van de begraafplaats is met een hekwerk omzoomd en heeft duidelijke ‘art nouveau’ kenmerken.

(Bron: Maurice Heemels/Rob Dückers, Grafstijlen op de Roermondse begraafplaats nabij Kapel in ’t Zand tussen 1870 en 1940, Jaarboek 2015 SHCL) 

 

Frans Emanuel Joseph Dohmen (1885-1933) (Vak 19, 6)

 

De ouders van Frans Dohmen waren Josephus Gerardus Hubertus Dohmen (1839-1889), van beroep kistenmaker en de in Horn geboren Anna Maria Engels (1842-1911). Na het overlijden van haar man runde zij de winkel Dohmen-Engels aan de Schuitenberg 5, naderhand genaamd ‘De Bijenkorf – galanterieën en speelgoederen’. Frans Dohmen, jongste uit het gezin met twaalf kinderen, trad in het huwelijk met de in Gelsenkirchen-Buer (D.) geboren Maria Nizet (1883-1934). Zij is eveneens begraven op het Oude Kerkhof in vak 10, nummer 1. De reden waarom zij niet bij haar echtgenoot rust is niet bekend. Haar ouders waren Anton Hubert Nizet en Maria Hubertina Willems. Beiden zijn bijgezet in de grafkelder Nizet in vak A, 762-765. (zie: pag. 178). In de dertiger jaren dreef het echtpaar Dohmen-Nizet een kaashandel aan de Mauritsstraat. Van origine stamt de familie Dohmen uit de streek Aken-Hertzogenrath (D.). Rond 1730 waren de Bokkenrijders actief in de streek rond Kerkrade, met name Pannesheide-Herzogenrath. Een voorouder van de familie is als lid van deze bende in 1775 ter dood veroordeeld. Rond 1800 vestigde de familie zich vanuit Kerkrade in Roermond.
(Mededeling Ton Dohmen, Roermond)



 

echtpaar Dohmen-Nizet

 

 

Charlotte Henriëtte Helena Döderlein de Win (1863-1913)(Vak B1, 2)
Het geslacht Döderlein de Win is opgenomen in het genealogische naslagwerk Nederland’s Patriciaat. De naam is waarschijnlijk gebaseerd op het samenvoegen van twee oorspronkelijke familienamen.
Charlotte Döderlein de Win was een dochter van de kapitein der Infanterie bij het Oost Indisch Leger, Willem Jacobus Döderlein de Win en Fifina Francina Poland. Charlotte kwam op zee ter wereld op 12 graden 30' zuiderbreedte en 9 graden 30' westerlengte nabij de kust van het eiland Sint-Helena aan boord van de bark (zeilschip met minimaal drie masten) de ‘Johanna Elisabeth’, dat voer van Indië naar Nederland. In 1887 huwde Charlotte te Kampen (Ov.) met de 24 jaar oude, in Soerabaja (Indonesië) geboren Richard Aloysius Ferdinand Botter (1862-1919). Hij was de op één na oudste zoon van de ‘ontvanger der in- en uitvoerrechten’ van Nederlands Indië, Johannes Cornelius Botter (1824-1890) en zijn tweede echtgenote Annette de Sonnaville (1839-1885). Dit echtpaar kreeg twaalf kinderen. Zijn eerste echtgenote Johanna Adriana Kleyn (1825-1859) schonk hem vijf kinderen. In 1887 huwde hij voor de derde maal met Johanna de la Cour. Met uitzondering van de jongste drie kinderen zijn de overige veertien kinderen allen geboren in Nederlands-Indië. Hun voorouders waren aldaar sinds ongeveer 1800 in diverse militaire functies werkzaam. Vanaf 1880 was Richard Botter in Kampen als militair bij een instructiebataljon gelegerd, alwaar hij in 1887 promoveerde tot tweede luitenant en in 1916 luitenant-kolonel der Infanterie werd. Het gezin verhuisde vervolgens naar Melick-Herkenbosch waar Botter, als majoor, in functie trad als commandant van de Landweer.* Zijn vrouw Charlotte Döderlein de Win overleed hier aan tuberculose, 49 jaar oud. Het echtpaar kreeg negen kinderen. Hun oudste zoon Willem (1887-1908), sergeant- instructeur te Venlo, pleegde zelfmoord wegens een onbeantwoorde liefde. De oudste dochter was Francina Johanna Cornelia Botter (1890-1977), die geboren werd in Deventer, te Bloemendaal overleed en in Roermond op de begraafplaats ‘Tussen de Bergen’ begraven werd. Gedurende haar werkzame leven was zij verpleegster. In 1916 huwde zij te Voorburg op 26 jarige leeftijd met de in Den Haag geboren Johannes Hermanus Henkes. Het derde kind, Kornelia Marianna Antonia Botter (1891-1910)(Vak B, 11), werd slechts 18 jaar oud en overleed te Roermond, evenals haar moeder aan TBC. Hetzelfde lot was ook zoon Leonard Jan Theodorus Constant Botter (1893-1916) (Vak B, 7) beschoren. Hij overleed te Melick en werd op het Oude Kerkhof te Roermond begraven. De overige kinderen hebben elders hun laatste rustplaats. Zowel Charlotte Botter-Döderlein de Win, alsook haar kinderen Kornelia en Leonard zijn begraven op het Nederlands-Hervormde gedeelte van de begraafplaats. De uiterlijke kenmerken van hun graven zijn niet meer aanwezig. Na het overlijden van zijn eerste vrouw Charlotte, hertrouwde Richard Botter in 1914 te Melick met de in 1875 te Haarlem geboren Antonia Christina Vogelzang. Beiden verhuisden naar Apeldoorn waar Richard Botter overleed aan de gevolgen van longvliesontsteking en begraven werd op begraafplaats aan de Soerenseweg in voornoemde stad. Zijn tweede echtgenote overleed in 1943 in België.

 

* Landweer was in verschillende landen een reserveleger van vrijwilligers of dienstplichtigen. Deze reservestrijdkrachten moesten vaak om de zoveel jaar op herhalingsoefening. Het doel van een landweer was, naast de reguliere krijgsmacht, indien nodig in korte tijd een groot aantal soldaten te kunnen mobiliseren.


Voorbeeld van een bark (zeilschip) (Wikipedia)


Henricus Hubertus Antonius Dupont (1836-1917) (Vak A, 525)
De ouders van de in Roermond geboren priester Antonius Dupont waren de in 1832 in het huwelijk getreden Hubert Joseph Dupont (* 1812) en Maria Sybilla Heijnen (* 1806).
Hij was het derde kind van in totaal zes zonen en dochters. Gedurende 32 jaar was hij hoogleraar aan de universiteit te Leuven en doctor in de theologie en filosofie.
Bovendien was hij ere kanunnik in het Kapittel van de Sint Paulus kathedraal te Luik en ridder der Leopoldsorde. Antonius Dupont overleed te Roermond en werd er op 14 juni 1917 begraven.
Zijn nog bestaande tombe is voorzien van het symbool van een miskelk of calix ten teken dat het een rooms-katholiek priester betreft.



Onderschrift foto: Henricus Hubertus Antonius Dupont (Fotocollectie GAR)

 

Alphonsius Gerardus Engels (1932-1933)(Vak 15, 28)

Alphons Engels was tien maanden oud toen hij overleed.  Zijn ouders waren de metaalbewerker Godefridus Engels en Maria Anna Elisabeth Bänziger. Curieus te noemen is het uiterlijk kenmerk van zijn grafje dat bestaat uit een restant van een gootsteen, in de volksmond ‘pompesjtein’ genoemd.

(Mededeling de heer Engels, broer van de overledene).

 

 

Godefridus Hubertus Erdkamp (1843-1925) (Vak 3a, 55)
Uit het huwelijk tussen de hovenier Joannes Petrus Erdkamp (1799-1866) en Marguerita Elisabeth Klerx (1808-1877) werden zes dochters en vier zonen geboren waaronder Godefridus Erdkamp. In 1867 trouwde hij met de uit Melick afkomstige Anna Gertrudis Hövelings (1843-1928). Zij was een dochter van landbouwer Jan Willem Hövelings en Anna Maria Moors. Toen Anna 14 jaar oud was hertrouwde haar moeder met de eveneens in Melick geboren Jan Leopold Maessen († 1883), een weduwnaar met vier kinderen. Anna, haar moeder, broertje en zusje verhuisden toen van Melick naar Roermond. Het echtpaar Erdkamp-Hövelings woonde aan de Maria Gardestraat (huidig nummer 96) alwaar ze een kleine stadsboerderij hadden met een koe, varken en konijnen voor eigen gebruik en een grote tuin waar ze zaden, kruiden en groenten kweekten om te verkopen. Anna Erdkamp-Hövelings was zeer begaan met het lot van armen en zieken. Nooit deed men tevergeefs een beroep op haar liefdadigheid. In de stad stond ze bekend vanwege haar zalf tegen brand- en schaafwonden. Zij werd begraven in vak 4b, nummer 7. Uiterlijke kenmerken van haar laatste rustplaats zijn niet meer aanwezig. De grafsteen met redelijk leesbaar opschrift op het graf van Godefridus Erdkamp is echter nog aanwezig. Uit het huwelijk tussen Godefridus Erdkamp en Anna Hövelings werden twaalf kinderen geboren. Enkele dochters zijn in het klooster getreden. Dochter Anna Maria Hubertina Erdkamp (*1868) trouwde in 1891 met de landbouwer Petrus Hubertus Allers (1869-1960) (vak 1b, 32). Dochter Maria Hubertina Erdkamp (1871-1913) lag begraven in vak 5, nummer 41. Haar graf is geruimd. Haar echtgenoot, de schoenmaker Hendrikus Hubertus Reijners (1851-1925), eerder gehuwd geweest met Gertrudis Wegels, rust in vak 1b, nummer 16. Dochter Anna Maria Erdkamp wordt elders beschreven (Zie: Godefriedus Ramakers)

 

Familie Erdkamp -Hövelings, geheel rechts Anna Maria Erdkamp (zie: Godefriedus Ramakers)



Nicolas François André Etienne (1864-1927)(Vak 2a, 17)

Nicolas Etienne werd op 30 november 1864 te Luik (B.) geboren als zoon van François Henri Joseph Etienne en Anna Josephina Elisabeth Lamboitie.

Hij was scheikundige van beroep (op zijn grafsteen staat vermeld ‘docteur en science’) en gehuwd met de uit  Antwerpen, Hemixem (B.) afkomstige Henrica Francisca Mahieu. Het echtpaar woonde aan de Godsweerdersingel 48. Hun oudste dochter werd in 1893 eveneens te Antwerpen geboren. Op 5 december 1900 werd in Roermond een dochtertje geboren dat diezelfde dag naamloos overleed. Een derde dochter kwam in 1901 ter wereld.

(Met dank aan Ruud Lamboo Louwarts, Roermond)

 

 

Antonius Michiel (Toon) Everts (1895-1944) (Vak 22, 1)

Toon Everts werd geboren in Herten-Ool als zoon van Peter Everts en Eva Schreurs. Hij bleef ongehuwd en woonde aan de Molenweg 58a te Roermond.

Van beroep was hij voerman, eerst bij het transportbedrijf Helwegen en later bij de firma Van Esser aan ’t Steel in de Voorstad. Bij een beschieting door de Engelsen in december 1944 werd hij op het terrein van Van Esser door een granaatscherf ernstig gewond. Per paard en kar werd hij naar het ziekenhuis gebracht, waar hij op 16 december, 49 jaar oud, aan zijn verwondingen overleed. De tekst op het authentieke gietijzeren kruis is niet meer leesbaar.

 

  

Hendrikus Hubertus (Harry) Geerlings (1928-2015) (Vak 8, 5)

De schoenmaker Harry Geerlings werd in Posterholt geboren als kind van Andreas Geerlings en Gertrudis Jeuris. Het gezin telde tien kinderen, acht meisjes en twee jongens. Na de oorlog ging Harry op 17 jarige leeftijd in de leer bij schoenmaker Kleef te Posterholt.  Hij bezocht hiervoor de vakschool in Venlo. Als toekomstig schoenhersteller is hij bij diverse leermeesters (o.a, de gebroeders Claessen aan de Herkenbosscherweg ) in de leer geweest. In 1953 behaalde hij zijn schoenmakersdiploma te Maastricht. Begin jaren vijftig speelde Harry als accordeonist in een band. Na drie jaar in Posterholt zelfstandig gewerkt te hebben, verhuisde hij naar Roermond om gehuurd aan de Herkenbosscherweg 7 zijn bedrijf voort te zetten. In 1960 trad hij in het huwelijk met Mathilda Josephina Hubertina (Tilly) Vaessen uit Gulpen. Uiteindelijk  kocht hij het huis in dezelfde straat op nummer 46 waar hij tot aan zijn overlijden in 2015 als 87- jarige het schoenmakers vak uitoefende. In 1967 legde hij  in Utrecht met goed gevolg het examen eigenaar schoenwinkel af. Harry Geerlings werd in 1995 vanwege het feit dat hij vijftig jaar in het vak zat en vanwege zijn vrijwilligerswerk onderscheiden met de Eremedaille in Zilver, verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau. In 2003 werd aan hem in de wijk ‘Kapel in ’t Zand’ het  ‘Zandjmenke’ uitgereikt, een jaarlijks uit te reiken onderscheiding voor iemand die zich als vrijwilliger bijzonder inzet voor de plaatselijke gemeenschap. In 2014 vierde Harry Geerlings zijn 70-jarig jubileum als schoenmaker.

(Mededeling Leon Geerlings en Nicole Tellings-Geerlings, Roermond)

Foto: John Peters

 

 

Harry Geerlings

 

 

 

Ludovicus Hubertus (Louis) Gilissen (1876-1943) (Vak 17, 65)


De familie Gilissen is van oorsprong afkomstig uit Maastricht.
Louis Gilissen was de oudste in een gezin van tien kinderen. Zijn vader Hubert Gillissen was in Maastricht smid van beroep. De smederij was gevestigd aan de Sporenstraat, midden in de stad en het was de bedoeling dat Louis zijn vader in die hoedanigheid zou opvolgen. In 1901 trouwde de toen 25-jarige Louis met de even oude Anna Hubertina Jacob (1876- 1952), dochter van een Maastrichtse schoenmaker. Louis ging bij zijn vader in de smederij werken, maar ergens tussen 1906 en 1910 kwam in Roermond een baan in beeld bij de Nederlandse Spoorwegen, waar hij als storingsmonteur aan de slag kon. Louis greep deze kans met beide handen aan: een vaste baan bij het Spoor was veruit te prefereren boven een onzeker bestaan als smid. Louis moest in Roermond er voor zorgen dat alle seinen en wissels perfect functioneerden. In het stationsgebouw had hij zijn werkplaats, van waaruit hij dagelijks met een vierwielige railfiets de knelpunten in de wijde omgeving controleerde. Het gezin Gilissen-Jacob woonde korte tijd aan de Scheidingsweg, maar bracht het grootste gedeelte van hun Roermondse leven door aan de Heinsbergerweg 88. Uit het huwelijk werden acht kinderen, zes jongens en twee meisjes, geboren. Vier van de acht kwamen later in het onderwijs terecht. Louis Gilissen overleed in 1943 niet lang ná zijn pensionering aan de gevolgen van een kortstondige ziekte. Echtgenote Anna Jacob evacueerde in januari 1945 met enkele reeds volwassen kinderen en een kleindochter uit Geleen (die in de zomer van 1944 een weekje bij oma mocht logeren en daarna wegens de oorlogsomstandigheden niet meer naar huis terug kon) naar Leeuwarden en keerde eind mei 1945 terug in haar zwaar beschadigde huis in Roermond. De laatste maanden van haar leven bracht ze door bij het gezin van haar zoon Jo, die burgemeester van Gennep geworden was. Ze overleed in 1952 op 76-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding. Op de begraafplaats is in 1943 nóg een Louis begraven. Het betreft de zeven jaar oude Wieke (Louis) Gilissen - van den Munckhof (1936-1943)(vak 19,33), kleinzoon van het echtpaar Gilissen-Jacob, die drie weken vóór het overlijden van zijn grootvader (eveneens Louis geheten) in het Radboudziekenhuis te Nijmegen overleed aan de gevolgen van een hersentumor.* De levenloos geboren Marianne Gilissen - van den Munckhof, zusje van Wieke, is in maart 1944 begraven in vak 21, 27.
*Tijdens de operatie bleek dat Wieke niet meer te redden was en niet ontwaakte uit zijn coma. De chirurg die hem opereerde was een specialist op het gebied van hersenoperaties. Later is hij omgekomen bij een bombardement op Nijmegen. (zie ook Louis Henderix, pag. 62)

Mededeling Léon Gilissen, Roermond

----------------

. ----------Echtpaar Gilissen-Jacob

 

 

 

Gerardus Bernardus (Gerard) Goossens (1857-1924) (Vak 6, 14)
Gerard Goossens werd geboren in Gennep. Zijn ouders waren de landbouwer Theodorus Hendrikus Goossens en Margaretha van Bergen.
In leven was hij zowel districtsveearts afd. Limburg als ook rijksveearts. Tijdgenoot en vriend van hem was de veearts Theodoor Beel, destijds onder meer directeur van het Roermondse slachthuis (zie: pag. 184/185). In 1885 trad Gerard Goossens in het huwelijk met Maria Elisabeth Hermina Carolina (Ela) Wehberg (1858-1932), afkomstig uit het Gelderse Tiel. Zij overleed te Heerlen, maar werd in Roermond begraven. Het echtpaar zou zes kinderen krijgen: vijf meisjes en een jongen. Dochter Antoinette Elisabeth Theodora Maria Goossens (1889-1935) trouwde in 1911 te Roermond met de Maastrichtse kassier Libert Emile Hubert Maris (1881-1967). Een andere dochter, Margaretha Johanna Theodora Maria Goossens (1885-1968), die begraven is op begraafplaats ‘Tussen de Bergen’, was in 1913 te Maasbracht gehuwd met de in Beegden geboren Jan Emile Jozef Theodoor(Emiel) Verheggen (1885-1945), zoon van Jan Mathijs Hubert Verheggen (1853-1916) en Maria Helena Catharina Wilms (1855-1904). Van beroep was hij directeur van de ‘Boeren-en Tuinders Onderlinge’.*
In 1936 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Uit dit huwelijk werden drie dochters geboren: Elisa (1914), Helena (1918) en Johanna (1921). Hun enige zoontje werd in 1916 levenloos geboren en naamloos begraven in vak 1b, nummer 17, naast het grafje van Maria Beel, nummer 16. Na zijn overlijden in 1945 kreeg vader Emile Verheggen in dit zelfde graf zijn laatste rustplaats. Het echtpaar Verheggen-Goossens woonde destijds aan de Kapellerlaan 125.
Gerard Goossens exploiteerde aan de Godsweerdersingel 20, in combinatie met zijn functie als rijksveearts, een dierenartsenpraktijk grenzend aan het pand op nummer 18 waar de kachelpijpenfabriek van Thei Cox gevestigd was. (zie: pag. 209). Op de locatie waar de praktijk voorheen gevestigd was, woonde later de familie Gubbels, eigenaar van de in 1870 opgerichte pijpenfabriek.
Van Gerard Goossens is bekend dat, indien een circus de stad aandeed, hij gevraagd werd gedurende het verblijf in Roermond de grote dieren, indien noodzakelijk, medisch te begeleiden. Bekend is dat ooit een giraffe en een olifant door de poort van de praktijk aan de Godsweerdersingel door de oppassers naar binnen geleid zijn teneinde er ter plekke een behandeling te ondergaan. Bijzonder sociaal stelde dierenarts Goossens zich op ten opzichte van kinderen, armen en zigeuners die hem raadpleegden: van een vergoeding voor zijn verrichtte diensten wilde hij niets weten.

 

* De Boeren en Tuinders Onderlinge (BTO) waren twee op zichzelf staande instanties, die echter op verschillend gebied, onder andere verzekeringen , samenwerkten. Heden ten dage bestaat nog de in 1956 opgerichte Friese Boeren en Tuinders Onderlinge (FBTO), onderdeel van Achmea

Met dank aan: Joop Theelen, Roermond, Paul Theelen, Nederweert, Henri Houben, Roermond

 

 

------Gerard Goossens (1857-1924)------------------------------------------------------------------------------------------Elisabeth Wehberg (1858-1932)

 

Goossens WehbergGoossen

-------------------------Graf Emile Verheggen (1885-1945)------------------------------- Graf Goossens-Wehberg

 

s WehbergGraf Emile Verheggen (1885-1945)

 

 

Hendrik Hubert Gorissen (1861-1926)(Vak 3a, 19)
In 1891 vond het huwelijk plaats tussen de dienstknecht Hendrik Hubert Gorissen en het dienstmeisje Catharina Gertrudis van Pol (1865-1935), beiden geboren te Linne. In 1892 vestigde het echtpaar Gorissen-Van Pol zich in Voorstad St. Jacob te Roermond op de locatie die reeds vóór 1880 bekend stond als ‘de Drink’, de plaats waar paarden van koetsen en ruiters hun dorst konden lessen, alvorens ze op stal gezet werden. Hier werd in 1894 hun eerste dochter Catharina Maria Antonia (Cato) Gorissen geboren. Opvallend was dat tot de huisgenoten in de Voorstad ook Caroline Antoinette Louisa Theresia de Fontenay behoorde. Zij was een pleegdochter, waarschijnlijk een nichtje, van het echtpaar Storm de Grave-Van den Heuvell. (Zie pag. 141 en pag. 269). Dat er een hechte band zou zijn geweest tussen Caroline de Fontenay en het echtpaar Gorissen bleek uit haar overlijdensadvertentie die uit hun naam in de krant verscheen.* In 1895 verhuisde de familie Gorissen naar de Schoenmakersstraat 10 waar in 1896 Joannes Petrus Theodorus (Sjang) Gorissen het levenslicht zag. Hij overleed in 1946 en werd begraven in vak 3a, 23. Zijn uit Düsseldorf (D.) afkomstige echtgenote Johanna Petronella Maria Catharina Bodden (1898-1968) deelt met hem het graf. Sjang Gorissen verhuisde later naar de Schuitenberg 5 en werd productiemedewerker bij de Roermondse ‘Eiermijn’. Eveneens in 1896 opende Hendrik Hubert Gorissen aan de Schoenmakersstraat 10 een groentewinkel met onder meer koloniale waren alwaar hij later ook een loterijdepot exploiteerde. Uiteindelijk gooide hij het ondernemersroer om en startte in 1910 een muziekwinkel met verkoop van ‘spreekmachines’, grammofoons, platen en muziekinstrumenten. In 1898 werd Petrus Laurens Henri (Pierre) Gorissen (nadien getrouwd met Hubertina Jentjens en in 1951 overleden) aan de Schoenmakersstraat geboren, evenals Albertina Maria Josephina (Tina) Gorissen in 1900 en Joseph Petrus Hubertus (Joep) Gorissen in 1902. Als laatste volgde in 1908 Gerardus Franciscus Hubertus (Sjra) Gorissen die in 1935 in het huwelijk zou treden met Anna Aarts. Op hetzelfde adres begonnen de gezusters Cato en Tina Gorissen in 1921 een naaiatelier. In1927 vestigde Joep Gorissen zich er als herenkapper en nam Sjra Gorissen, na het overlijden van zijn vader, de muziekwinkel aan de Schoenmakersstraat over.

Met dank aan Nicole Kuijltjes-Gorissen, Roermond

*In een dankbetuiging in de Nieuwe Koerier betreffende de getoonde belangstelling bij het overlijden van Caroline de Fontenay werd door Hendrik Gorissen ook melding gemaakt van de namen van haar overleden biologische ouders: Louis Henri de Fontenay en Thèrese Laviëlle.

Familie Gorissen-Van Pol. Staande v.l.n.r. Pierre, Joep en Sjang, zittend v.l.n.r. Tina, moeder Catharina, Sjra, vader Hendrik en Cato

Advertenties firma's Gorissen 1895-1930

---------------------------------------------------------------------------------'de Drink', anno 2019 (Foto: Wim Bongaerts)


 

Graven van Belgische en Franse vluchtelingen in de Eerste Wereldoorlog

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verklaarden België en Nederland zich neutraal. De Duitsers vielen België op 4 augustus 1914 binnen, om zo naar Frankrijk te trekken. Direct na de inval kwam er een grote vluchtelingenstroom op gang. Uiteindelijk vluchtten meer dan een miljoen Belgen vanwege het oorlogsgeweld naar Nederland. De Nederlandse regering realiseerde bewaakte opvangkampen. Met name in de jaren 1914 en 1915 belandden voornamelijk Vlamingen, nauwelijks Walen in Roermond,. De weg van Noord Frankrijk naar Roermond werd door Franse vluchtelingen vaak te voet afgelegd. Om de enorme hoeveelheid vluchtelingen in te dammen liet het Duitse leger in 1915 een circa 200 kilometer lang stroomhek aanleggen langs de grens van België met Nederland. Tot aan het eind van de oorlog was de onder hoogspanning staande draadversperring in werking. Geschat wordt dat tussen de 500 en 3000 mensen, waaronder Belgische vluchtelingen, er door zijn omgekomen. Onder de vluchtelingen bevonden zich ook veel militairen. Dit waren voor het overgrote deel Belgen, maar ook Engelsen en Duitsers. Deze militaire vluchtelingen werden later ondergebracht in interneringskampen. In het jaar 1918 zijn diverse vluchtelingen uit België en Frankrijk aan uitputting, ondervoeding en mogelijk aan de gevolgen van de heersende Spaanse griep in Roermond overleden en begraven. Vluchtelingen die  in de maanden oktober en november 1918 in de stad stierven, waren onder anderen Laure Mercier uit Douai (vak 21, graf 15, kindergrafveld), Simone Silvert uit Aniche (vak 21, graf 16 kindergrafveld),  Octavie Roselle Foulet (vak 17, graf 19), Lambertine Donckier (vak 18, graf 54), Celinie Bultez uit Waziers bij Douai (vak 17, graf 49), Alfred Hénoeg uit Auberchicourt (vak 17, vak 15), Auguste Martin uit Cuincy bij Douai (vak 17, graf 16), Joanna Cornil uit Brussel (vak 18, graf 9), Jean Baptist François uit Esquerchin  (vak 18, graf 55), Victorine François (vak 17, graf 22) uit Auberchicourt  en Pierre Leriche uit Bray (vak 17, graf 23). Achttien in Roermond geïnterneerde Belgen zijn door ouderdom of ernstige ziekten tijdens deze oorlog gestorven. Voor zover bekend zijn ze niet overleden aan de gevolgen van oorlogsverwondingen of slechte behandeling. Onder hen ook de op pagina 191 in het boek beschreven onderofficier Ferdinand Vilain. In de gehele provincie Limburg zijn tussen 1914 en 1918 in totaal 656 Belgen een natuurlijke dood gestorven. De meeste vluchtelingen keerden uiteindelijk na de wapenstilstand weer terug naar België.  Alle hier  genoemde graven op het Oude Kerkhof  zijn niet meer als zodanig herkenbaar. De laatste rustplaatsen in de vakken 18 en 19 zijn mogelijk geruimd en ingenomen door overledenen uit de periode 1940-1945.

(Bron: Hein van der Bruggen, Spiegel van Roermond 2016, Nabij de Grote Oorlog/Roermond tussen 1914 en 1918)




Jacoba Louisa (Wiesje) van Haastert (1825-1873) (Vak A, 548)
In 1850 vond te Semarang het huwelijk plaats tussen de uit Oldenzaal afkomstige Twentse onderwijzer Carel Frederic Sloot (1826-1883) en de in Indië geboren Jacoba Louisa (Wiesje) van Haastert. Carel Sloot vertrok, na het verkrijgen van diverse onderwijsakten, op achttienjarige leeftijd naar Indië en werd benoemd tot hoofdonderwijzer te Grissée op Oost Java. Het echtpaar kreeg drie kinderen, Maria (1853), die later onder het pseudoniem ‘Melati van Java’ een bekend schrijfster zou worden*, Chrisje (1858) en Nico (1861). Het milieu waarin het gezin Sloot in Semarang en Batavia opgroeide verschilde in menig opzicht van dat in Nederland. Moeder Wiesje gaf haar kinderen niet enkel les in de vakken van de lagere school, maar ook in de Franse, Duitse en Engelse taal. Toen ze achttien was behaalde ze reeds haar akten voor bekwaamheid in deze talen. Bovendien was zij een voortreffelijk pianiste en zangeres. In 1871 repatrieerde het gezin Sloot naar Nederland, met name Den Haag. Alleen Carel Sloot, toen 45 jaar, was met Nederland bekend toen hij het land 27 jaar geleden verliet. Kort daarop werd hij door het Departement benoemd tot arrondissementsschoolopziener in Limburg met als standplaats Roermond. Het gezin Sloot nam haar intrek in het hoekhuis, gelegen aan de linkerzijde van het Stationsplein, komende vanuit het station. Rond die tijd verliet ook Susanne Charlotte Clarenbach met haar twee dochters ‘den Oost’ en ging via Tegelen wonen aan de Veldstraat in Roermond. Na haar overlijden in 1873 werd Carel Frederic Sloot, die een goede vriend was van de vader van Jan Prosper Schoemaker, benoemd tot toeziend voogd.** Eveneens in1873 overleed zijn echtgenote Wiesje van Haastert, 48 jaar oud, aan de gevolgen van een longontsteking. De klimatologische omstandigheden in Nederland werden haar fataal. Zij werd begraven naast Susanne Charlotte Clarenbach in een graf met een opvallend opstaand grafmonument (zie: foto grafbeschrijving Clarenbach)
Nauwelijks een jaar later trad Carel Sloot in het huwelijk met Theodora Schaepmans uit zijn geboorteplaats Oldenzaal. In 1881 werd hem eervol ontslag verleend als inspecteur bij het onderwijs en verhuisde het gezin van Roermond naar Amsterdam alwaar hij in 1883 overleed en werd begraven.


Bronnen: www.melati.damescompartiment.nl /www.kortenhorst.info/stamboom.nl


* Nicolina Maria Christina Sloot (1853-1927) was de oudste dochter van het echtpaar Sloot-Van Haastert. Na haar repatriëring kwam ze met haar ouders, broer, zus en andere familieleden via Den Haag naar Roermond. Hier begon Marie Sloot, zoals haar roepnaam was, haar literaire loopbaan onder het pseudoniem Melati van Java. Omdat het destijds voor een katholiek jong meisje uitzonderlijk was te publiceren, koos zij voor een schuilnaam. Melati verwijst naar een wit, stervormig bloempje, een zoet ruikende geurige jasmijn die op Java bloeit. Melati ontwikkelde zich in de loop der jaren tot een uiterst succesvol auteur. Haar romans waren zeer populair; in 1921 was Hermelijn het vaakst uitgeleende bibliotheekboek. Eerder kwam er letterkundige erkenning: zij was een van de eerste vrouwen die het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde kreeg aangeboden (1893). In Melati's vriendenkring bevonden zich onder anderen de schilder Jan Toorop en de letterkundige Alberdingk Thijm. Aan het begin van de 20ste eeuw verdween geleidelijk de literaire waardering. Haar romans werden te gedateerd bevonden. Melati van Java besloot tot een opmerkelijke actie. Onder het pseudoniem M.(ax) van Ravenstein publiceerde zij vervolgens vijf geruchtmakende romans. Niemand kende deze vreemde auteursnaam en het gonsde van de geruchten. In 1954 wist Anton van Duinkerken in De Tijd te onthullen wie achter deze naam schuil ging. Melati van Java overleed in een hotel te Noordwijk aan Zee, op 13 juni 1927. Zij bleef ongehuwd, werd 73 jaar en liet een oeuvre achter van tientallen boeken en een ontelbaar aantal artikelen. Haar volledige bibliografie is te vinden op de site www.melati.damescompartiment.nl.


** (Zie: Publicaties/Aanvulling: Susanne Charlotte Clarenbach (1834-1873)(Vak A, 550),




 

 

Heinz Hahn (1936-2013) (Vak 17, 22)
De in het Duitse Rheydt (Mönchengladbach) geboren Heinz Hahn werkte vanaf zijn achttiende jaar in de mijnbouw. Ruim 22 jaar was hij als houwer werkzaam in de Sophia Jacoba steenkolenmijn te Hückelhoven (Kreis Heinsberg), die in 1997 gesloten werd. In 1959 leerde hij zijn vrouw Tiny Fonteijn (1936-2016) kennen met wie hij bijna 54 jaar lief en leed gedeeld heeft. Tiny Fonteijn is een zus van oorlogsslachtoffer Mathieu Fonteijn die op de dag van de bevrijding van Roermond, 1 maart 1945, door een explosie van een landmijn, het leven verloor (zie: pagina 36). Het echtpaar Hahn-Fonteijn kreeg vier kinderen. Na eerder in de Javastraat en in de Celebesstraat gewoond te hebben verhuisde het gezin in 1974 naar de Muggenbroekerlaan en woonde het echtpaar vervolgens sinds 1999 aan de gelijknamige laan in het seniorencomplex ‘Ingesande’ aan de Kapel in ‘t Zand. Heinz Hahn, die een zeer speciale band met zijn kleinkinderen had, was jeugdleider bij de voetbalvereniging EMS te Roermond. In 1999 werd hij ernstig ziek (longkanker en hartfalen). Gedurende dertien jaar werd hij liefdevol door zijn familie verzorgd tot zijn toch nog onverwacht overlijden in 2013.
(Met dank aan Gerard Hahn & Tiny Hahn–Fonteijn , Roermond)

Heinz Hahn (1936-2013)



 

 

Gerardus Hubertus van Helden (1868-1942) (Vak 18, 71)
In 1896 werd het huwelijk gesloten tussen Gerardus Hubertus van Helden en Maria Hubertina Verboeket (1871-1964). Uit dit huwelijk zouden elf kinderen voortkomen, waarvan de laatste drie op zeer jonge leeftijd overleden. In 1911 werd de acht maanden oude Gerardus Josephus van Helden begraven in vak 10, 698 en in 1914 hun levenloos geboren kindje in vak 19, 15. In 1915 overleed de twee jaar oude Hubertus van Helden (1913-1915) (vak 21, 43). Hun op 20 jarige leeftijd gestorven dochter Helena Maria Hubertina van Helden (1900-1920) rust in vak 13, nummer 8. Gerard van Helden was reeds vóór 1903 als beeldhouwer werkzaam in de werkplaatsen van Pierre Cuypers en tot 1936 bij diens zoon Jos Cuypers. In een werkboekje dat na zijn overlijden is aangetroffen in zijn gereedschapskist hield hij van 18 oktober 1929 tot 11 februari 1936 nauwgezet bij aan welk project, beeld of altaar, hij gewerkt had benevens maten en materiaal en voor welke parochie en plaats het object bestemd was. Volgens een registratieboek aanwezig in het Cuypershuis was hij in 1920 eerst ‘figurist’ (beeldensnijder) en vervolgens beeldhouwer. Het gezin Van Helden-Verboeket heeft altijd in de wijk ‘Kapel in ’t Zand’ gewoond, achtereenvolgens aan de Weg langs het Kerkhof, de Herkenbosscherweg en de Scheidingsweg. De ouders van Gerard van Helden waren de in Herkenbosch geboren Wilhelmus Hubertus van Helden (1841-1889), van beroep klerk en winkelier en de uit Maasbree afkomstige Carolina Philomena Petronella van Dijk (1843-1899), die in 1876 in het huwelijk traden. Het laatste woonadres van de familie Van Helden-Van Dijk was aan de Kapellerlaan 58. Enkele van hun twaalf kinderen, Gerardus Hubertus van Helden (1868-1942) (vak 18, 71), en Leonardus Theodorus van Helden (1870-1926) (vak 3b, 45), kleermaker van beroep zijn eveneens op het Oude Kerkhof begraven. De ouders van de uit Herten afkomstige Maria Hubertina Verboeket, echtgenote van Gerardus van Helden, waren Johannes Verboeket en Maria Smeets, beiden begraven in vak 12, nummer 21.

Met dank aan Wim Bongaerts, Roermond

--

Wilhelmus van Helden (1841-1889) en Carolina van Dijk (1843-1899)

====

------------Helene van Helden (1900-1920)-----------Leonardus Theodorus van Helden (1870-1926)

--

De familie Van Helden-Verboeket, met tegen de achterwand de portretten van het echtpaar Van Helden-Van Dijk en de op 20 jarige leeftijd overleden Helena Maria Hubertina van Helden, wier foto eveneens op de tafel te zien is.

 

Renier Gerardus Joseph (René) Heldens (1926-2015) (Vak 4a, 31)

Het door René Heldens, sinds 1971 gehuwd met Ria Brabander, zelf gebouwde woonhuis aan de Herkenbosscherweg 7a, wordt van ‘den Aje Kirkhaof’ gescheiden door de oude westmuur. Niet verwonderlijk dat hij op deze begraafplaats in de wijk ‘Kapel in ’t Zand’ zijn laatste rustplaats gekregen heeft. Als kind hielp hij zijn ouders regelmatig bij werkzaamheden op hun boerderij. Na het bezoeken van de lagere school was hij enkele jaren als timmerman en bakker werkzaam aan de Kapellerlaan. In 1947 werd hij, zoals zo vele oorlogsveteranen in de overtuiging aldaar de orde en vrede te kunnen  herstellen, door de regering  naar Nederlands Indië gestuurd om de door dat land verlangde onafhankelijkheid te bestrijden. Als hij in 1950 terugkeert gaat hij in de bouw werken, behaalt diverse beroeps gebonden diploma’s en wordt vervolgens technisch hoofdambtenaar bij de afdeling Bouw-en Woning toezicht van de gemeente Born. René Heldens had ook bestuurlijke kwaliteiten. Hij was lid van het bestuur van de St. Alphonsusschool, de kerkgemeenschap ‘Kapel in ’t Zand’, de fanfare ‘Onze Lieve Vrouw in ’t Zand’ en de St. Theresia-Put, waarvan het kapelletje zich op de splitsing van de Herkenbosscherweg/Weg langs het Kerkhof, bevindt. Voor zijn vele  verdiensten werd hij in 1992 onderscheiden met de Eremedaille in Goud verbonden aan de Orde van Oranje-Nassau.

(Mededeling Ria Heldens-Brabander, Roermond)

 

 

René Heldens

‘Kindje Heldens’ 1953-1953 (Vak 21, 4)


Op 5 juni 1953 kreeg de op 3 juni (door zuurstofgebrek bij de geboorte) levenloos geboren dochter en derde kind van Jan Heldens (1922-1998), later adjunct bankdirecteur en Toos Claveaux (1920-1997) haar laatste rustplaats. Om te voorkomen dat het meisje in ongewijde grond begraven zou worden, heeft huisarts Hoyng, die de bevalling verrichtte, het meisje op uitdrukkelijk verzoek van de ouders gedoopt. Vader Heldens bracht zijn dochtertje, in een kistje getimmerd door zijn broer René Heldens (zie: hierboven), achter op de fiets naar de begraafplaats. In december 2017 heeft de familie een herdenkingssteentje laten plaatsen op het voorheen niet gemarkeerde grafje. Ondanks dat het meisje Sjaantje (Adriana) genoemd werd en - hoewel het begraafregister 'naamloos' vermeld - bijna zeker ook met die naam gedoopt is, staat 'kindje Heldens' op haar grafsteen. Een jongere zus van haar kreeg later namelijk dezelfde naam en om die reden is besloten haar naam niet op het steentje te vermelden. Het gezin Heldens bestond buiten het doodgeboren zusje uit vier meisjes en vier jongens.
Met dank aan Harrie Heldens, Roermond

 

Moses Hertog (1817-1889) (Vak C,40)
De in Meersen geboren paardenkoopman Moses Hertog, zoon van Moses Hertog en Mina Kronenberg, was omstreeks 1844 getrouwd met de in Bracht (D.) geboren Rosa Haas (1815-1903). Zij rust in vak C,62. Na gewoond te hebben in Susteren en Maasbree verhuisden het gezin naar Linne. Het echtpaar kreeg twaalf kinderen. Eén van hun zonen, Alexander Hertog (1853-1871), overleed op achttienjarige leeftijd te Linne en zou begraven zijn op de nieuwe joodse begraafplaats te Roermond.* Voor vader Moses Hertog was de begrafenis van zijn zoon aldaar destijds aanleiding bij Gedeputeerde Staten een verzoek in te dienen om een joodse begraafplaats in Linne te doen realiseren, te meer daar de gemeente Roermond na 1871 verbood joodse overledenen van buiten de gemeente te begraven op het joodse gedeelte van wat nu het Oude Kerkhof wordt genoemd. Met het vertrek van het gezin Hertog in 1888 naar Roermond komt er een einde aan de aanwezigheid van de joodse gemeenschap in Linne. Een andere zoon was Leopold Hertog (1857-1887), evenals zijn vader paardenkoopman. Hij overleed op 30 jarige leeftijd te Den Bosch en was gehuwd met de in Kamen (NRW, D.) geboren Adelheid Selig (1852-1929 (Vak C,30) die hem drie kinderen schonk (Nathan, Herman en Rosalia).

*In haar beschrijving over joodse begraafplaatsen in Limburg, ‘Stilte en lofzang’, joodse begraafplaatsen en grafstenen in Limburg, door docent Hebreeuws, Adrie Drint (1959-2016) komt zijn laatste rustplaats aldaar echter niet voor.
(Joodse Genealogie Databank, Sittard, Limburg & Euregio)

Leonardus Adrianus (Leo) Hoogenstraaten (1812-1893) (Vak A, 696)

De familie Hoogenstraaten is oorspronkelijk afkomstig uit Leiden. Ook Leo Hoogenstraaten werd er geboren. Zijn ouders waren de slager Jean Hoogenstraaten (1783-1856) en Marie Jeanne Geerloff (1782-1858). Leo was de jongste van de zes kinderen uit dit huwelijk. In 1843 vertrok hij naar Nederlands Indië en werd er administrateur bij de tinmijnen in Soengieslang en Marawang op het eiland Banka. In 1853 werd uit een relatie met een Indische zijn dochter Adriana geboren die in 1860 een kostschool in Roermond bezocht. In 1878 keerde zij terug naar Sumatra om er als onderwijzeres aan de slag te gaan. Zij overleed in 1917 te Den Haag en ligt begraven op de rooms-katholieke begraafplaats St. Petrus Banden.

In 1857 huwde Leo Hoogenstraaten, te Soerabaya de uit Gorkum afkomstige Arnolda Brouwer (1827-1904), voor wie dit haar tweede huwelijk was. Zij overleed te Maastricht, maar heeft bij haar echtgenoot in Roermond haar laatste rustplaats gekregen. Na terugkeer uit Indïe vestigde het echtpaar zich met de twee kinderen uit het eerste huwelijk van Arnolda met de Belg Jean François Schoemaker, Jan Prosper Schoemaker en Johanna Maria Schoemaker, in Tegelen alwaar twee kinderen geboren zouden worden. Na in Leiden gewoond te hebben, waar nog twee kinderen het levenslicht zagen verhuisde het gezin  naar Roermond en woonde achtereenvolgens in de Veldstraat en ‘Achter de Meelwaag’ , de huidige Christoffelstraat. Hier kwam tenslotte in 1871 zoon Christianus Lodevicus Jacobus Hoogenstraaten ter wereld, die begin twintigste eeuw Jugendstil architect in Maastricht zou worden.

Een oudere broer van Leo Hoogenstraaten was Jan Hendrik Hoogenstraaten (1804-1859). Hij was getrouwd met Catharina Paddenburg (1807-1874). Een zoon uit dit huwelijk was Johannes Wilhelmus Minius Hoogenstraaten (1842-1926), in 1868 gehuwd met Elisabeth Asbrede (1845-1906). Uit dit huwelijk werd onder meer Hendricus Marie Antonius Hoogenstraaten (1882-1967) geboren, die in 1906 in het huwelijk zou treden met Josephina Johanna Wilhelmina Willemse (1882-1946). Zij waren onder meer de ouders  van Everardus Johannes (Eep) Hoogenstraaten(1910-1981). Hij werd te Leiden geboren, was hoofdredacteur van het dagblad de ‘Maas en Roerbode’, werd benoemd tot Ridder van Oranje Nassau en overleed te Roermond.

(Met dank aan: Frans Hoogenstraaten, Roermond)

 

 

Johannes van Houtum (1872-1940) (Vak B,10)
In 1897 trad de in Arnhem Johannes van Houtum voor de eerste maal in het huwelijk met Arine Wilhelmina van der Meer (1869-1918), afkomstig uit Rotterdam (Hilligersberg). De uiterlijke kenmerken van haar graf in vak B,12 op het Nederlands Hervormde geborengedeelte zijn als zodanig niet meer herkenbaar. Jan van Houtum was firmant van Papierfabriek Johannes van Houtum te Coldenhove-Eerbeek. Zijn middelste zoon, Pieter van der Meer van Houtum (1900-1978), werd er eveneens papiermaker. Reeds vanaf 1661 werd hier papier geproduceerd. In 1914 werd Jan van Houtum directeur van de papierfabriek in Maasniel (Gebroek). De twee andere zonen Henk (*1898) en Jan (*1903) van Houtum waren in 1935 de oprichters van de papierfabriek Van Houtum B.V., gevestigd in Swalmen Het bedrijf produceert onder de merknaam Satino voornamelijk hygiënisch en sanitair papier. Voor de tweede maal huwde Jan van Houtum in 1920 de eveneens uit Rotterdam afkomstige Maria Elisabeth Atkins (1890-1937). Haar graf in vak B,4 ligt in de onmiddellijke nabijheid van het graf van haar echtgenoot. Ook voor haar was dit het tweede huwelijk. In 1913 trouwde ze eerst met Lucas Maks, die twee jaar later in Apeldoorn zou overlijden. Uit deze verbintenis werd dochter Meta geboren. Na zijn overlijden verhuisde Elisabeth met haar dochter naar haar schoonouders in Aerdenhout. Vervolgens vertrok zij met haar kind naar Roermond-Maasniel. Meta Maks huwde de in Amsterdam wonende Dick Schmidt en kreeg twee kinderen: in 1940 de naar zijn grootvader genoemde Lucas en in 1942 dochter Hilda.
(Met dank aan Henk van Houtum, St. Odiliënberg-Lerop)

 

 

Lazarus Israëls (1864-1934)(Vak C2, 37)
Lazarus Israëls, afkomstig uit Hoogezand (Groningen), zoon van Levie Israëls en Saartje Frank, huwde in 1897 met de in 1870 te Veendam (Groningen) geboren Johanna Frank, dochter van Lazarus Frank en Judik Sanders. Enkele maanden vóór zijn overlijden werd Lazarus Israëls , komende vanuit Nijmegen, in het bevolkingsregister van Roermond ingeschreven. Ná zijn overlijden in 1934 vestigde Johanna Israëls-Frank zich in Rotterdam, maar in 1936 keerde zij terug naar Roermond en ging wonen aan de Nassaustraat 30. In 1941 verhuisde zij wederom naar Rotterdam van waaruit zij in 1942 op transport gesteld werd naar Auschwitz, alwaar zij direct na aankomst vermoord werd. Het echtpaar Israëls-Frank kreeg een dochter en twee zonen, waarvan Leonard Frank Israëls godsdienstleraar in Roermond was. In tegenstelling tot zijn zus Sara (Auschwitz) en zijn broer Levie (Sobibor) overleefde hij de Holocaust.

Bron: Joods Monument
Het Joods Monument gedenkt de meer dan 104.000 personen die in Nederland als joden werden vervolgd en de Holocaust niet overleefden

 

 

Antonius Hubertus (Bär) Janssen (1918-1948) (Vak 18, 35)

Taxiondernemer Bär Janssen raakte in een flauwe bocht bij Reuver door onopgehelderde oorzaak op maandag 5 april 1948 met zijn taxi van de weg en botste tegen een boom. Drie inzittenden van de auto raakten daarbij gewond en werden overgebracht naar het ziekenhuis. Eén van hen, Jan Lenaerts, was zeer ernstig gewond en overleed de volgende dag. Jan Cober, café eigenaar aan het Stationsplein raakte lichtgewond. Bob Kutschrutter daarentegen heeft enige tijd in coma gelegen, maar kon na vier maanden het ziekenhuis verlaten. De dertigjarige bestuurder Bär Janssen uit Roermond overleed echter ter plaatse aan de gevolgen van het ongeluk. De ouders van Bär Janssen waren de in Aarschot (B.) geboren bierbottelaar Petrus Joseph Janssen (1881-1938) en Elisabeth Hubertina Guenne. Hij rust in vak 19, nummer 5. Het graf van zijn in 1964 overleden echtgenote op de begraafplaats Tussen de Bergen is inmiddels geruimd.

(Met dank aan Harry Vrancken, Sweikhuizen en Coen In ’t Panhuis, Roermond)

 

 

Bär Janssen

 

 

Dominicus Theodorus (Thei) Janssen (1855-1934) (Vak 14, 26)

De voorouders van Thei Janssen waren afkomstig uit Kaldenkirchen (D.). Hij werd geboren uit het tweede huwelijk van zijn vader Johann Wilhelm Janssen (1821-1864), bandwever van beroep, met de in 1823 te Weert geboren Anna Gertruda Kneepkens. Rond 1870 verliet hij  zijn geboorteplaats Weert en vertrok naar Roermond, alwaar hij gewoond heeft in de Voorstad St. Jacob en aan de Steenweg. Uiteindelijk is hij ingetrokken bij de familie Schoenmakers aan de Markt, leerde daar als gezel het vak schrijnwerker en huwde in 1882 hun dochter Maria Frederika Hubertina Schoenmakers (1856-1939). Mogelijk is hij het vak later zelfstandig gaan uitoefenen. Het echtpaar kreeg zeven kinderen. Na het overlijden van zijn echtgenote is Thei Janssen, die oorspronkelijk begraven lag in vak 9, nr. 14, bij haar herbegraven.

(Mededeling Sjef Janssen, Almelo)

 

 

 

Tilman Jan Antoon Janssen (1854-1928) (Vak 4b, 19)
Johannes Mathieu Janssen (1817-1898) en Maria Gertrudis Bloemen (1814-1889) waren de ouders van de in de Noord -Limburgse plaats Sevenum geboren Tilman Jan Antoon Janssen (1854-1928). In 1880 trad hij in het huwelijk met de uit Horst afkomstige Agnes Elisabeth Janssen (1857-1938).

Het echtpaar Janssen-Janssen kreeg dertien kinderen. Tot het vertrek met zijn familie naar Roermond in april 1909 was hij molenaar en bakker in Griendsveen en Sevenum. In Roermond woonde het gezin eerst aan de Markt 1, vanaf 1920 aan de Markt 21 en tenslotte vanaf 1929 aan de Neerstraat 59c. Eén van de zonen van Tilman en Agnes Janssen was Leonard Hubert Janssen (1883-1935). Evenals zijn vader werd hij geboren in Sevenum en was hij van beroep molenaar, later molenbouwer. In 1908 trouwde hij met Maria Wilhelmina Sanders (1884-1948). Uit dit huwelijk werden zeven kinderen geboren.
Leonard Janssen begon zijn molenaarswerk in 1914 in de Leumolen te Nunhem en verhuisde in 1920 naar de Bovenste Molen in Venlo. Na zijn vertrek aldaar als molenaar werd hij uitbater van de Venlonazaal in de gelijknamige plaats. Vervolgens werd in 1929 Roermond als domicilie gekozen alwaar hij samen met een zus café ‘de Prins’ aan de Markt overnam. Op deze plek is nu restaurant ‘l’Union’ (voorheen ‘Astoria’) gevestigd. (Zie ook: Lodewijk Henri Hubert Stapper, pag. 234).
Leonard Janssen werd op 20 november 1935 begraven in vak 9, nummer 17. De laatste rustplaats van zijn echtgenote Wilhelmina Sanders bevindt zich op de algemene begraafplaats ‘Tussen de Bergen’ (dat graf is inmiddels geruimd). Eén van hun kinderen was Henricus Gerardus Janssen (1917-2001), in 1942 gehuwd met Annie Catharina Kasdorp
(1919-2004). In 1955 richtte Harrie Janssen de herenmodezaak ‘Vanja’ aan de Venloscheweg op.

Met dank aan Wim Bongaerts Roermond

-- --

Tilman Jan Antoon Janssen------------------- Agnes Elisabeth Janssen ----------------Graf echtpaar Janssen-Janssen

--- ---

Leonard Hubert Janssen------------------------Maria Wilhelmina Sanders----------------------Graf Leonard Janssen


Ernest Joseph Marie Robert Janssens (1860-1935) (Vak A, 643-647)
De ouders van Ernest Joseph Marie Robert Janssens (de naam Ernest werd later toegevoegd) waren Georgius Wilhelmus Janssens (1822-1867), (burgemeester van Linne en lid van de Provinciale Staten Limburg) en Rosa Josephina Theresia Octavie Magnée (1833-1914), telg uit het adellijke geslacht Magnée, wonende op kasteel Horn. Haar ouders waren Robertus Marcellus Arnoldus Magnée (1793-1838) en Catharina Elisabeth Josephina Robertina de Bellefroid (1807-1873).
Ernest Janssens werd geboren in Huis Ravenburg* te Linne en werd na er gemeentesecretaris te zijn geweest, van 1906 tot 1920 burgemeester van die plaats. In 1885 trad hij te Maastricht in het huwelijk met Sophia Theodora Marie Ghislena de Maes (1864-1941), dochter van rechter Willem Jacob Octave de Maes en Maria Leocadie Ghislena barones Van Oldeneel tot Oldenzeel (zie: pag. 138).
Eén van de kinderen van het echtpaar Janssens-de Maes was Charles Willem Ernest Ghislain Janssens (1895-1967), oud-burgemeester van Egmond, Oirschot en Maasbree (van 1945 tot 1960), eveneens geboren te Huis Ravenburg. In 1920 huwde hij Charlotte Frederica Antonetta Rouppe van der Voort (1898-1965). In 1967, enkele maanden vóór zijn overlijden, trad hij in het huwelijk met Mathilda Theresia Maria van Sonsbeeck (*1911). Zij was eerder getrouwd geweest met Franciscus Maurits Marie (Mauk) Baron van Lamsweerde (1911-1945), die op 20 januari 1945 bij een poging in Linne/Maasbracht door de linies te breken door de Duitsers werd gefusilleerd (zie: pag. 48). Charles Janssens is begraven in het familiegraf op de begraafplaats te Linne.
Op het Oude Kerkhof in Roermond, in het door een aantal pilaartjes gedeeltelijk met nog enkele resterende kettingen verbonden omsloten grafveld, heeft ook Clothilda Robertina Francisca Janssens (1858-1938), ongehuwd gebleven zus van Ernest Janssens, haar laatste rustplaats. Zij werd eveneens geboren in Huis Ravenburg alwaar zij ook overleed.

++++

Huis Ravenburg te Linne ====================== Laatste rustplaats familie Janssens-De Maes
Bron: VVV Midden-Limburg ==== -----------------------=================================

*Landgoed Ravenburg bestaat uit een herenhuis en een boerderij met stallen gelegen in de Linnerweerd. De oudste vermelding dateert uit 1638.
Momenteel is er Janssens Fruitteeltbedrijf Ravenburg gevestigd.

Bron: ‘Tussen Roer en Vloot’, de Linner Weerd, Huis Ravenburg. www.janruiten.nl

 

 

Johannes Henricus (Jan) Jeurissen (1865-1939)(Vak 14, 46)
In 1889 trad Jan Jeurissen (roepnaam: ‘Vaasje’ *) in het huwelijk met de in Melick geboren Anna Elisabeth Pfennings (roepnaam: ‘Grootje’*) (1863-1945). Van beroep was hij seinwachter en spoorwegarbeider bij de Staats Spoorwegen. Het echtpaar, dat aan de Heinsbergerweg 8 woonde, zou acht kinderen krijgen, waarvan er drie vroegtijdig zouden overlijden. Het gezin Jeurissen-Pfennings was zeer vroom; dagelijks werd de rozenkrans gebeden en in de ‘Kapel in ’t Zand’ had men een zitplaats gekocht in de voorste bank. Bovendien was Jan Jeurissen lid van de Aartsbroederschap der Heilige Familie.** Achter hun huis bevond zich een grote groentetuin, waarvan in 1920 een gedeelte moest worden afgestaan voor de realisering van het Kruiswegpark***. Hun 50jarig huwelijk werd in intieme kring gevierd omdat de gezondheidstoestand van ‘Vaasje’, die bekend stond om zijn gastvrijheid, op dat moment zeer te wensen overliet. Twee maanden erna overleed hij. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was er in het gezin, vanwege de aanwezige groentetuin, geen voedseltekort maar werden de zieke ‘grootje’ en haar schoonzus op bevel van de Duitsers uiteindelijk toch onder erbarmelijke omstandigheden naar de Noordelijke provincies geëvacueerd. Grootje overleed op 14 februari 1945 in een noodlazaret te Meppel tengevolge van geleden ontberingen tijdens dit transport en werd op 14 maart 1946 herbegraven bij haar echtgenoot in Roermond. Ook haar schoonzus, Greet Bonekamp-Jeurissen overleefde de reis niet en stierf op 17 februari 1945.
De ouders van Jan (‘Vaasje’) Jeurissen waren Christianus Cornelis Jeurissen (1825-1903), die naast spoorbeambte ook tapper was en Anna Maria Cornelia Simons (1841-1929), eveneens tapster, die begraven is in vak 4a, 12. Eén van de broers van Jan Jeurissen was Emmanuel Hubertus Jeurissen (1872-1920), eveneens seinwachter benevens
CO-OP winkelier aan de Dokter Leursstraat, sinds 1899 gehuwd met Maria Cornelia Hubertina Quicken (1872-1938)(zie: pag. 260).
Zij rusten in vak 19, nummer 6.

Met dank aan Nicole Kuijltjes-Gorissen, Roermond

*‘Vaasje’ is in dit geval een verkleinwoord afgeleid van va in het woord grootvader, ‘Grootje’ is, zoals vaak gebruikelijk in die tijd, afgeleid van grootmoeder.
** Zie pag. 334, noot 248.
*** Het Kruiswegpark te Roermond is aangelegd in 1920 naar een ontwerp van de architect Pierre Cuypers. Er is een kruiswegroute langs de veertien staties, een processieweg en een centraal plein waar de Heilige Mis bijgewoond kan worden. In 2020 bestaat het park honderd jaar.

---

Jan ('Vaasje') Jeurissen en Anna ('Grootje') Pfennings-------------Heinsbergerweg 8
----------------------------------------------------------------------------met in hunnmidden dochter Maria Anna Magaretha ('Mie') Rutten-Jeurissen-

-----------

Emmanuel Hubertus Jeurissen (1872-1920)---------Maria Cornelia Hubertina Quicken (1872-1938)



 

Gail Maureen Kaplan (1958 - 2003) (Vak C 2, 13)

De Zuid-Afrikaanse Gail Kaplan werd in Johannesburg geboren. Zij was een kleindochter van moederskant van Hyman Libermann, van 1903 tot 1907 de eerste joodse burgemeester van Kaapstad. In 1991ontmoette zij op het strand van Kaapstad technisch tekenaar Henk Hendriks uit Roermond, die in Zuid-Afrika op vakantie was. Ze raakten bevriend en besloten uiteindelijk samen naar Nederland te verhuizen. Gail was gescheiden en had een zoon, Ryan, uit dit eerdere huwelijk. Tijdens een afscheidsdiner voor vrienden in Eindhoven die Nederland gingen verlaten werd zij onwel, raakte in coma en is per ambulance naar een ziekenhuis vervoerd. Twee dagen later is zij overleden. Op 13 maart 2003 is Gail op de nieuwe joodse begraafplaats, 44 jaar oud, volgens de joodse traditie begraven. De tekst op de grafsteen luidt:

‘In memory of Gail Maureen Kaplan

A woman so full of life

She will be deeply missed by us all

Her family and many friends

She brought warmth and joy into our hearts’

(Mededeling Henk Hendriks, Roermond)  

 

 

 

Graf Gail Kaplan


Kloostergraven (vervolg)

Ter aanvulling van de beschrijvingen van verschillende kloostergrafvelden op pag. 25
t/m 31 wordt in dit item melding gemaakt van de namen van de er begraven overleden broeders en zusters. In de periode van 2016 tot 2018 werden diverse kloostergraven van verscheidene congregaties gerestaureerd. Het omvangrijke project kon tot stand gebracht worden middels financiële bijdragen van Provinciale Staten, de gemeente Roermond en een donatie - hetgeen de ‘Ursulinengraven’ betreft - van de zusters ursulinen. In tegenstelling tot in Duitsland zijn er geen ursulinenzusters meer woonachtig in Nederland. Mede om die reden heeft de Orde van de zusters ursulinen van San Salvator besloten als rechthebbende afstand te doen van de grafrechten waardoor deze vervallen aan de gemeente Roermond, zodat de onderhoudsplicht bij de gemeente komt te liggen.
Onderstaand worden, voor zover bekend, namen en overlijdensdata vermeld van overleden religieuzen met betrekking tot hun congregatie.


Congrégation des Filles de la Sainte Vierge de la Retraite de Vannes
(vak Aa, nrs 911/917)

1931 77 jaar 4-apr Cardinal Anna
1936 91 jaar 7-nov Charles Maria I.
1958 60 jaar 20-jun Dieuleveult Edith M.J.
1971 85 jaar 20-okt Hermans Elisabeth Maria Josepha
1938 39 jaar 30-aug Houben Maria Chr. L.
1934 67 jaar 4-dec Laurant Maria Fr.F.
1931 80 jaar 29-sep le Coz Maria J.
1942 31 jaar 12-mrt Litjens Anna P.
1931 78 jaar 31-dec Picaud Jeanne M.
1938 81 jaar 13-apr Rional Marie J.
1968 87 jaar 12-mrt Senden Maria Pl.

Congrégation des Filles de la Sainte Vierge de la Retraite de Vannes
(vak Ac, nrs 620/621a)

1928 77 jaar 3-okt Deluen Bertha M.A.
1926 41 jaar 9-aug Hanrath Louisa M.J.H.
1931 85 jaar 21-mrt Hervieu Maria
1924 25-jun Josso C.E.
1928 88 jaar 14-nov Le Roij Jeanne M.
1927 80 jaar 7-sep Mendal Jeanne M.


Congrégation des Filles de la Sainte Vierge de la Retraite de Vannes
(vak Ac, nrs 638/641)

1918 3-jul Chaplais Virginie
1914 30-apr Dreano Jean M.
1924 31-mrt Du Feigna M.R.
1919 15-apr Guillo Marie J.
1916 12-feb Marice Maria F.
1914 15-dec Marmol de Mathilde
1917 15-dec Nicol Maria Fr.
1919 28-jul Penanguer de Eudexie G.
1920 23-sep Prigent Marie Fr.

Paters Camillianen
(vak 8, nr 872)

1909 23-dec Alten M.F.
1886 22-nov Callour Emil
2002 6-feb 16 stoffelijke resten Begraafplaats Cadier en Keer
1947 84 jaar 20-jun Cognola Pietro E.
1899 21-sep Foeles Gerhard
1920 13-okt Hoener Hubert
1906 29-apr Hölscher Conrad
1919 25-nov Kantert Gustav
1914 19-jan Klockhaus H.
1895 1-nov Kusler Jacob
1884 7-okt Roux Frans
1914 19-jan Schrage E.
1976 67 jaar 27-feb Schreur Godefridus M.W.
1898 8-mei Schumacher Josef

Broeders van het pensionaat St. Louis
(vak Ac, nrs 257/262)

1939 70 jaar 16-sep Eerenbeemt van den Peter
1942 81 jaar 26-dec Rameekers Pieter Hub.
1910 8-feb Solheid
1905 14-mrt Verhulst Franciscus Xaverius Bernardus
1908 23-aug Wijnen Jan Christiaan

 

Zusters Ursulinen (1900-1930)
(vak Ac, nr 310)

1896 1-feb Anderson Ethel Jane
1919 15-mei Clerx Maria H.
1874 23-apr Cuppers Maria Elisabeth
1892 9-jan Dujardin Catharina
1926 34 jaar 19-jul Fehr Anna W.
1922 16-jan Heidkamp O.C.H.
1921 27-aug Janssen M.C.
1888 20-jul Janssen Anna Maria
1899 28-mrt Klaps Maria Catharina
1866 23-jan Lienaerts Maria Ida Clementina
1892 11-nov Lienaerts Maria Magdalena
1897 26-jan Lienaerts Louise Marie
1893 3-jul Luthy Adele
1878 28-aug Meeker Elisabeth
1886 16-mei Moors Maria Margaretha
1921 9-feb Rutten Johanna M.
1918 16-apr Ter Beek Carolina

Zusters Ursulinen (van de Voogdijstraat)
(vak Ac, nrs 532/546)

1911 7-jun Dols M.A.
1930 72 jaar 6-aug Feigenspan Maria A.
1929 91 jaar 18-apr Jacqurmin Virginie J.H.H.
1916 14-feb Lienaerts Anna H.E.
1908 20-nov Meertens Maria Cornelia
1914 24-apr Mertens Catharina H.
1912 28-mei Sassen A.V.E.M.
1915 12-jan Schmitz Maria C.
1915 16-sep Stark Marij A.J.
1912 22-mei Streukens Maria B.
1910 14-okt Weits H.A.C.
1931 50 jaar 1-jul Welsing Helena
1930 74 jaar 18-sep Wentink Wilhelmina J.
1912 28-feb Wilson Monica

Zusters Ursulinen St Salvator
(vak 8, nrs 869/871)

1888 24-apr Engels Maria Anna
1915 18-sep Hau Maria
1899 7-jul Heimann Marie Susanna
1911 7-feb Hoekgurtel Magareta
1898 18-mrt Holtum van Wilhelmina
1918 29-mei Kaulen Anna
1936 86 jaar 10-okt Kaulen Cecilia Hubertina
1920 2-feb Klee Anna M.
1923 19-okt Knippertz H.
1904 17-mei Kotter Maria Elisabeth
1886 25-jan Maubach Amalia
1916 17-apr Mommer Maria J.H.
1915 13-dec Neufforge van Francisca
1915 27-aug Plum Anna M.
1909 28-mrt 31-mrt Scheeben M.C.
1896 20-sep Scheeben Margaretha
1921 6-jan Schütz Gertrud
1923 29-okt Sperveslage W.
1923 12-jun Wiskirchen Sophia

Zusters Ursulinen (van de Voogdijstraat)
(vak 5, nrs 132/141)

1946 52 jaar 11-jan Bart Agatha
1911 18-apr Blaeser Clara
1950 71 jaar 18-feb Chapman Beatrice
1949 90 jaar 16-feb Crowlij Harriet J.
1932 73 jaar 14-apr Dooren van Sophia H.E.J.
1951 75 jaar 10-feb Gemert van Wilhelmina M.M.
1932 68 jaar 5-nov Geraets Johanna G.
1937 78 jaar 24-dec Haas Bernardina A.
1934 89 jaar 27-jul Hanssen Anna C.H.
1948 78 jaar 2-aug Hermans Anna M.J.
1948 69 jaar 9-feb Kan van Hubertina
1936 84 jaar 9-jun Kemper Theodora S.
1935 76 jaar 12-feb Koppendraijer Agnes M.J.
1937 79 jaar 1-feb Koppendraijer Maria A.C.
1950 92 jaar 18-mrt Meijenathen Teluka M.
1935 85 jaar 12-jun Reijnen Hendrika C.M.
1949 71 jaar 12-okt Rijckevorssel van Antoinette M.
1934 77 jaar 27-dec Schaepkens J.J.H. Maria Joh.
1897 28-nov Schieffer Maria Hubertina Josephina
1940 78 jaar 10-jun Smeets Hubertus W.
1921 29-apr Smeets H. Cornelia
1933 63 jaar 1-feb Speetjens Maria S.H.
1946 86 jaar 18-jan Ulft van Louisa Joh.
1935 66 jaar 15-mrt Vervoort Maria W.

Zusters Ursulinen St Salvator
(vak 5, nrs 13/20)

1948 46 jaar 4-aug Baetsen Maria E.H.
1967 86 jaar 20-sep Etzbach Maria R.
1949 70 jaar 28-apr Fischer Johanna
1951 80 jaar 30-mrt Fumenich Agnes
1960 84 jaar 25-mei Gutske Johanna M.P.
1911 18-jan Hackens Maria A.
1911 17-nov Halfens Maria C.
1941 58 jaar 10-nov Horstman Adele
1948 79 jaar 31-mrt Jansen Helena
1911 9-nov Janssen Gertrudis E.
1911 13-mrt Jentgens N.H.
1911 6-nov Meulenaers Hubertina
1959 69 jaar 25-sep Möbs Julie W.E.
1953 82 jaar 4-nov Neer van Maria V.
1949 68 jaar 29-okt Nuhlen Elisabeth
1950 80 jaar 16-mrt Nütten Maria H.B.
1911 16-dec Orisius F.A
1960 89 jaar 30-mei Pelser Anna M.
1911 10-jan Piels H.H.
1963 76 jaar 2-nov Schmitz Johanna A.
1940 37 jaar 13-nov Steijns Maria J.W.H.

Zusters Ursulinen St Salvator
(vak 8, nr 872a)

1934 67 jaar 4-aug Bekkers Johanna M.
1931 74 jaar 9-dec Bueren Clara
1934 65 jaar 13-apr Gemünd Anna Kl.
1939 77 jaar 11-jan Lembke Francisca
1929 72 jaar 5-jun Locking Maria Cath.
1932 76 jaar 26-jan Plönnis Antonia
1938 83 jaar 17-jan Rees Gertrudis
1929 67 jaar 21-nov Scher Margaretha
1938 62 jaar 31-okt Schwamborn Catharina

Zusters Arme Kind Jezus
(vak Ag, nrs 724/743)

1946 73 jaar 11-jun Arnolds Maria Theresia
1912 22-jun Bottgenbach Christina
1927 59 jaar 3-dec Cadier Maria Cath.
1944 65 jaar 15-jan Dohmann Antonia El.
1916 1-mrt Faeter Eva
1928 79 jaar 21-jun Grundmöller Maria
1914 3-dec Jacobs Elisabeth
1916 18-jan Martin Catharina
1944 78 jaar 12-apr Martin Cecilia
1914 8-jan Marx Maria
1914 5-jan Neekles Barbara
1915 2-jan Noldus Luciana C.
1911 14-feb Ruth Gertrudes
1916 12-feb Severens Maria
1913 30-aug Siekel Martha
1914 1-mei Sommer Maria
1913 24-apr Stukjen A.Maria
1909 6-aug 8-aug Tillmans W.

Zusters Arme Kind Jezus
(vak 5, nrs 191/195)

1937 68 jaar 16-mrt Bemelmans Maria M.
1934 89 jaar 7-nov Claass Sophie
1939 68 jaar 24-apr Dautzenberg Anna G.
1933 64 jaar 30-mrt Dender Magdalena
1943 69 jaar 10-feb Gierzen Catharina
1934 59 jaar 17-mrt Heubes Maria M.W.
1934 86 jaar 19-jan Kaiser Emma
1943 70 jaar 16-jan Ramackers Helena Hub.
1938 69 jaar 1-apr Schmitt Maria A.
1938 39 jaar 2-jun Vandalon Jan H.
1954 57 jaar 16-okt Vandalon Gertrudis Elisabeth
1930 64 jaar 9-sep Wahle Maria Fr.

Zusters Arme Kind Jezus
(vak 8, nrs 863/865)


1918 5-okt Bolsius Maria
1916 27-nov Bonekamp Elisabeth
1918 10-jun Busard Frederica M.
1917 25-apr Cleven Maria
1927 74 jaar 2-nov Corda Gertruda
1918 23-mrt Decker Gertrud
1921 15-feb Dierchsweiler Maria A.
1906 4-apr Franzen Johanna Maria
1928 81 jaar 21-jun Huppe Ida
1917 3-sep Kloos Eleonora Magdalena
1916 13-okt Lebon Elise
1924 27-dec Mai A.
1907 9-feb Muders Kath
1922 28-jan Overwaul Chr.
1908 23-feb Seibel Maria
1908 3-apr Servatius Maria
1916 11-okt Sost Gertrud
1916 2-mei Winkhoff Josephina

Zusters van Liefde, Orde van Tilburg 1e rustplaats
(vak 8, nrs 866/868)

1902 5-mrt Berkvens Ida
1885 15-nov Blokland van Alida Charlotta
1899 3-aug Bouman Gertruda
1918 16-mrt Brom Cornelia C.G.
1891 16-aug Brosky Johanna Cornelia
1908 29-apr Brouwers M.V.M.C.
1900 21-jul Eycken Beatrix
1923 12-sep Franssen R.M.
1915 24-jul Gerrits Aldegonda
1901 21-aug Herten van Anna Maria
1922 1-mei Hoof van A.G.M.
1895 29-apr Jop Theresia Maria
1919 8-mrt Kok Arnolda M.C.
1931 40 jaar 6-jul Koning de Bernardina
1927 52 jaar 6-okt Kroes Elisabeth
1920 2-okt Laan Stijntje
1908 21-jan Laarhoven van Catharina Elisabeth
1892 31-mrt Lieshout van Antonia Francisca
1936 13-aug Moeskops Catharina M.A.
1907 22-jun Mosing Maria Alida
1932 67 jaar 22-feb Mosterman Megchelina Th.
1888 8-sep Muskens Jacoba Geertruda Johanna
1925 13-jul Pot A.J.
1893 4-feb Ravensteijn van Angela
1919 4-okt Sanden v.d. Johanna M.
1911 30-jan Scheukberg Agnes A.G.
1912 6-mei Sonnemans Hendrika
1895 26-nov Verheijden Anna Elisabeth
1895 16-mei Verhulst Johanna Maria Petronella
1898 23-feb Zandvliet Johanna Petronella

Zuster van Liefde, Orde van Tilburg 2e rustplaats
(vak 5, nrs 88/94)

1950 82 jaar 24-jun Berkmortel van den Theodora M.
1941 68 jaar 4-mrt Broeken Arnolda M.
1959 71 jaar 19-mrt Garmans Maria C.P.
1940 54 jaar 10-dec Gorissen Helena
1959 83 jaar 31-aug Gorp van Antonia
1937 74 jaar 22-mrt Kusters Petronella
1958 58 jaar 20-feb Pol van de Catharina J.J.
1952 62 jaar 8-feb Reijnders Maria C.C.
1941 89 jaar 24-mrt Smits Maria
1941 76 jaar 24-jun Timmermans Maria C.L.
1944 27 jaar 17-mrt Verkuijlen Maria
1948 86 jaar 27-jan Vosch de Maria

 

 

Joseph Koch (1870-1917)(Vak 12, 38)
De instrumentmaker, later opticien Jos Koch werd in 1870 te Maastricht geboren. Zijn ouders waren Joseph Koch en Gertruda Bohlen. Hij was gehuwd met de eveneens uit Maastricht afkomstige Maria Elisa Isabella Coenegracht (1871-1954). Vanaf 1897 waren beiden woonachtig aan de Hamstraat 8, naderhand nummer 44, het pand waarin momenteel schoenenzaak Rulkens in gevestigd is. Er werden twee kinderen geboren: Jo Koch, die zou trouwen met Marie Bell en evenals zijn vader opticien zou worden en Mathieu Koch, de befaamde ‘photograph d’art, gehuwd met Josephine Schulte. Beide broers bewoonden het pand Munsterplein 23, rechts de opticien en links de fotograaf. Jos Koch overleed op 47-jarige leeftijd. Zijn echtgenote werd 83 jaar. De tekst op de grafsteen is moeilijk leesbaar, maar het monument verkeert nog in goede staat.

 

 

 

Jozef Gerard (Jo) Koenen (1930-1945) (Vak 1b,13)

Op 18 juli 1945 kwam de in Linne geboren Jo Koenen in het voormalige buurtschap Heide spelenderwijs in contact met een projectiel (mogelijk een overblijfsel van een ontplofte munitietrein) dat explodeerde. Zwaar gewond werd hij naar het St. Laurentiusziekenhuis gebracht, waar vastgesteld werd dat hij  beide handen zou moeten missen. Dezelfde dag nog om 18.00 uur overleed hij aan zijn verwondingen. Jo Koenen was een zoon van de belastingambtenaar Wilhelm Koenen en Maria Willems wonende aan de Heinsbergerweg 155. In 2014 zijn de uiterlijke kenmerken van zijn laatste rustplaats opnieuw aangebracht.

(Met dank aan Léon Gilissen, Roermond)

 

 

Graf Jo Koenen

 

 

Thomas Hubert Korn (1894-1933) (Vak D, 22)
In de uiterste hoek naast het lijkenhuisje op het ‘Verlaore Kirkhaof’ bevindt zich de laatste rustplaats van de in Venlo geboren Thomas Hubert Korn. Hij was van beroep winkelier, na eerst steenbakker te zijn geweest. In 1915 trouwde hij op 20 jarige leeftijd met de 17 jarige Amsterdamse Johanna Schinkel, waarvan hij in 1925 scheidde. Zijn tweede huwelijk was in 1926 met de negen jaar oudere, uit het Poolse Koronowo afkomstige, huishoudster Marianna Waytalenricz, die eerder gehuwd was met Franz Delatowski. Thomas Korn overleed op 2 februari 1933 ten gevolge van een noodlottig ongeval te Swalmen. Hij was rijdende per fiets met hulpmotor op de rijksweg Roermond-Venlo door onbekende oorzaak ten val gekomen waarbij zijn hoofd de stoeprand raakte en hij in bewusteloze toestand met ernstig hersenletsel naar het ziekenhuis te Roermond gebracht werd alwaar hij diezelfde dag overleed. Op 4 februari werd Thomas Korn begraven op het ‘tot geener Kerkgenootschap behoorende’ gedeelte van de begraafplaats. (zie: pag. 305)
.

 

Françoise Könings (1920-1921) (Vak 15, 49)

Françoise Könings was een dochtertje van de in Antwerpen geboren ambtenaar bij de Nederlandse Spoorwegen Arthur Nicolaus Josephus Könings en  de Roermondse Maria Helena Elisabeth Christina Zeegers  Zij overleed op 3 januari 1921 in de leeftijd van 8 1/2 maand. De grootouders van Françoise waren de in 1845 geboren en in 1879 gehuwde Peter Zeegers uit Posterholt en Maria Knoops (Vak 3b, 9) wonende in Maasniel. Zij werd geboren in 1849 en overleed 76 jaar oud, op 9 december 1925. Haar ouders waren Peter Knoops  1817-1889) geboren te Stevensweert en de uit Maasniel afkomstige Johanna Wulms (1814-1886), beiden landbouwers.

(Mededeling  mevrouw Ramaker, Amsterdam).

 

Antonius Hubertus Laenen (1872-1938) (Vak 14, 35)
Antoon Laenen was reeds op jonge leeftijd bij de ‘Cuypers Werkplaatsen’ in dienst als mouleur (gipsbewerker). In 1899 trouwde hij met de eveneens in Roermond geboren Maria Helena Hubertina Mooren (1875-1947). Het echtpaar, dat vier kinderen kreeg (een zoon Mathias en drie dochters Susanna, Elisa en Hubertina), woonde aan de Kruisheerenstraat 28. Op 10 september 1910 verhuisde Antoon Laenen naar Tilburg om aldaar als beeldhouwer te gaan werken in de in 1898 gereed gekomen, door Pierre Cuypers ontworpen, Heilig Hart of Noordhoekkerk*. Het interieur van deze kerk werd in de loop der jaren voortdurend verfraaid met (beeldhouw)werk van kerkelijke kunstenaars. Ruim een jaar later, op 8 december 1911 keerde Laenen terug naar Roermond. Vervolgens vestigde hij zich met zijn gezin aan de Mariagardestraat 23. Van Antoon Laenen werd in zijn familie verteld dat hij als leerjongen gewerkt zou hebben aan een kerk in Tilburg én aan de vervaardiging van het ‘graf met de handjes’ in de werkplaatsen van Cuypers. Het eerste feit kon aan de hand van de bevolkingsadministratie bevestigd worden. Het gegeven dat Laenen bij leven melding gemaakt heeft van het feit dat beide grafmonumenten met de verbindende handen in het atelier van Cuypers vervaardigd zijn, geeft voeding aan de gedachte dat één van de bekendste grafmonumenten van Nederland inderdaad door Cuypers gerealiseerd zou zijn. Concreet bewijs hiervoor ontbreekt echter nog, maar aan de hand van deze gegevens zou nu (mede in combinatie met de specifieke neogotische bouwstijl) de conclusie getrokken kunnen worden dat de vervaardiging van het ‘graf met de handjes’ inderdaad aan Pierre Cuypers toegeschreven zou kunnen worden. Een theorie die anno 2017 nog onbekend was. Eén jaar voor zijn overlijden in 1938 exploiteerde Antoon Laenen een herberg aan de St. Cornelisstraat 2.
Met dank aan Leo van Beek, Berlicum

*De Noordhoekkerk in Tilburg werd in 1898 ingewijd door pastoor Zinnicq Bergmann. Hij zou in 1900 een cruciale rol spelen bij de moord op de 12jarige Marietje Kessels, wier ontzielde lichaam in de gewelven van de kerk werd teruggevonden. Door afname van het kerkbezoek is de kerk in 1975 onder protest van de bevolking gesloopt. Het glas-in-lood raam, voorstellende Peerke Donders van de Roermondse kunstenaar Joep Nicolas, werd van de sloop gered en bevindt zich in de huidige Petrus Donderskerk in Tilburg.

Graf Antoon Laenen (1872-1938)

Anna Helena Maria (Anneke) Langhout (1951-1951) (Vak 11a, 31)
In 1946 vestigde het echtpaar Langhout-Huizenga zich vanuit Friesland aan de Kapellerlaan 103 en verhuisde vervolgens in 1952 naar dezelfde laan op nummer 51. Vader Langhout was huisschilder van beroep. Anneke Langhout overleed ruim vier maanden oud op 8 september 1951. De uiterlijke kenmerken van haar grafje zijn inmiddels opnieuw aangebracht. Bovendien werden twee van de in totaal zeven kinderen uit het gezin in 1952 en 1954 levenloos geboren en respectievelijk begraven in vak 21, 7 en vak 16, 20. In 1954 keerde de familie terug naar Leeuwarden.
Met dank aan Theo Langhout

 

Paulus (Paul) Latiers (1882-1946)(Vak 6, 220)
De familie Latiers is van oorsprong afkomstig uit het Waalse Vezin, nu een deelgemeente van de stad Andenne in de provincie Namen. De naam Latiers komt er nog veelvuldig voor. De in Vezin geboren Eduard Joseph Latiers vestigde zich, na zijn huwelijk in 1853 met de uit Venlo afkomstige Maria Schoenmakers, in Tegelen. Het echtpaar kreeg acht kinderen waaronder Hypolith Joseph Hubert Latiers (1856-1918), steenhouwer van beroep, die in 1880 in het huwelijk trad met de Tegelse Margaretha Elisabeth Lücker(s) (1857-1936) (Vak 5, 115). Na eerst begraven te zijn geweest in vak 18, nummer 41 zijn zijn stoffelijke resten ná 1936 overgebracht naar de laatste rustplaats van zijn echtgenote. Uit dit huwelijk kwamen vijf kinderen voort onder wie de eveneens in Tegelen geboren Paul Latiers, die evenals zijn vader steenhouwer van beroep zou worden. Hij trouwde in 1907 met de uit Roermond afkomstige Anna Maria Elisabeth (Elise) van der Goor (1883-1957). In 1907 werd dochter Elisabeth Maria Paulina (Betsy) Latiers geboren die reeds in 1918 op 10jarige leeftijd overleed.
Van Elise van der Goor is bekend dat zij tijdens de uitvoering van de bekende opera- bouffe ‘Schinderhannes’ op 6 en 13 april 1902, in samenwerking met het Roermondse gezelschap Société Dramatique en de Koninklijke Harmonie Roermond, de rol van ‘Florenske’ vertolkte. *
Het gezin Latiers woonde destijds aan de Dr. Leursstraat 39-41. Vele grafmonumenten op ‘den Aje Kirkhaof’ zijn vervaardigd door de steenhouwersfirma Latiers. Een jongere broer van Paul Latiers was Eduard Latiers (1890-1941). Hij huwde in 1921 met de in Geleen overleden Maria Helena Jeurissen (1892-1974) en werd begraven in vak 7, 38. De uiterlijke kenmerken van het graf zijn echter niet meer aanwezig. De oudere zus van Paul en Eduard Latiers was Maria Anna Catharina Latiers (1881-1961), in 1911 in de echt verbonden met Frans Hubert Joseph Stams (1883-1944). Beiden rusten in vak 20, 55, naast de verzetsstrijder Theo Bots (zie: pag. 32)

*Schinderhannes is een opera- bouffe gecomponeerd in 1864,van tekst voorzien door de Roermondse schrijver Emile Seipgens (1837-1897) en uitgevoerd in het Roermondse dialect. Het schouwspel werd voor het eerst opgevoerd in 1865, daarna met diverse uitzonderingen jaarlijks en vanaf 1956 vrijwel regelmatig om en nabij de zeven jaar.

Hendrik Hubert Joseph (Henri) Lemmens (1857-1941)(Vak 12,44)
Familiegraf Lemmens (Vak A, 193/194)
Henri Lemmens werd geboren te Beek (L.) en was een nazaat van de omvangrijke familie Lemmens-Lemmens uit het Zuid-Limburgse Schimmert. Hij was een volle neef van bisschop Guillaume Lemmens (1884-1960),(zie pag. 153). Zijn ouders, Jan Herman Lemmens (1825-1884),vermoedelijk begraven te Herten en Anna Maria Hubertina Lemmens-Van de Venne (1832-1920) verhuisden van Schimmert naar Herten, alwaar zij aan de Schoolstraat de uitbaters waren van een herberg annex bakkerij. Hermanus Lemmens was tevens gemeenteraadslid, aannemer en taxateur bij de belastingen. Na het overlijden van zijn vader vestigde zoon Henri Lemmens zich in het pand op de hoek Kapellerlaan/Parklaan in Roermond alwaar hij samen met zijn echtgenote, de in Antwerpen geboren, Maria Theresia Lemmens-Van Dijck (1861-1916) een hotel exploiteerde. Ook voerde hij timmer- en bouwwerkzaamheden uit onder meer met het realiseren van woningen aan de Kapellerlaan, in Voorstad Sint Jacob en Herten. Hij was een gelovig man en lid van de Aartsbroederschap der Heilige Familie (zie ook pag. 334, noot 248) . Bovendien was hij maatschappelijk actief, met name voor de Kapelse leefgemeenschap, onder andere als bestuurslid van de fanfare ‘O.L. Vrouw in ’t Zand’ en was hij lid van de vrijwillige brandweer.
Zijn schoonmoeder was de uit Arendonk (provincie Antwerpen) afkomstige Joanna Maria van Dijck-De Jong (1825–1904), die na het overlijden van haar echtgenoot Petrus Felix van Dijck, bij haar dochter en schoonzoon in Roermond kwam wonen en uiteindelijk eveneens haar laatste rustplaats in het familiegraf gekregen heeft . Eerder was zij begraven in vak 8, nummer 70 en is ooit overgebracht naar het huidige graf. Eén van de zonen van het echtpaar Lemmens-Van Dijck, Albertus Joannes Gerardus Cornelius (Albert) Lemmens (1896-1931) zette na het overlijden van zijn vader samen met zijn broer Henri het aannemersbedrijf voort. De twee dochters uit dit huwelijk waren Philomena en Mathilda.* Evenals zijn vader was Albert Lemmens lid van de Roermondse brandweer. Van een wandeling om een brief te posten op de Kapellerlaan keerde hij niet meer terug. Ongeveer zes weken later, op 8 november omstreeks 22.30 uur, werd zijn stoffelijk overschot door vissers gevonden bij ‘Het Steel’ in de Roer. Hij bleek te zijn verdronken. Tengevolge van dit drama is zijn weduwe Elizabeth Hendrika Petronella Lemmens -Bannenberg met het jonge gezin Lemmens teruggekeerd naar Den Haag waar zij oorspronkelijk vandaan kwam. Het familiegraf bestaat uit een grafveld met daarop twee afzonderlijke grafmonumenten, waarbij een ervan op de achterzijde een graftegel toont met de naam Albert Lemmens. De reden dat Henri Lemmens in 1941 niet in het familiegraf begraven is, is mogelijk toe te schrijven aan het feit dat het graf ‘vol’ was en de familie in oorlogstijd gekozen heeft voor een huurgraf in vak 12.

*Mathilda Janssens-Lemmens was de moeder van de in 2011 na een ongeval overleden redemptorist en rector van de communiteit ‘Kapel in ’t Zand’, Gerardus Henricus Albertus (Gé) Janssens.

Met dank aan Henri Lemmens, Herten

_____________

Joanna Maria van Dijck-De Jong__________Anna Maria Hubertina Lemmens-Van de Venne

(1825–1904)__________________________________(1832-1920)

 

______________

Maria Theresia Lemmens-Van Dijck _________Albertus Joannes Gerardus Cornelius (Albert) Lemmens
(1861-1916)___________________________________(1896-1931)

 

_________

Hendrik Hubert Joseph (Henri) Lemmens _________________________Hotel Lemmens-van Dijck
(1857-1941)________________________________________________(hoek Kapellerlaan/Parklaan)

 

Joseph Lodewijk Lennards (1843-1930) (Vak A, 857-858)
in 1866 trouwde Joseph Lodewijk Lennards met Margaretha van Birgelen (1838-1910), een dochter van het landbouwersechtpaar Johannes Hubertus van Birgelen (*1804) en Johanna van der Linden
(*1802), beiden afkomstig uit Maasniel. Laatstgenoemden traden aldaar in 1829 in het huwelijk en zouden zeven kinderen krijgen. Datzelfde aantal nakomelingen kreeg eveneens het echtpaar Lennards-Van Birgelen. De oudste was de in Roermond geboren zelfstandig timmerman Joseph Maria Hubertus Johannes (Jean) Lennards (1867-1931), die in 1898 te Roggel in de echt verbonden werd met de uit die plaats afkomstige Maria Catharina van Horne (1869-1940). Uit dit huwelijk werden vier zonen en twee dochters geboren. Het gezin Lennards woonde aan de Steenweg 15. De ‘timmer-en houtwarenfabriek’ Fa. J. Lennards & Zn. werd later gevestigd aan de Steegstraat 24-26a. Het bedrijf kreeg vooral bekendheid door het vervaardigen van schoolmeubelen. De lessenaartjes met bijpassende losse stoel werden aan vele scholen geleverd. Ze werden vervaardigd inclusief opklapbaar bovenblad, voorzien van een gleuf voor een kroontjespen en/of potlood en ingebouwde inktpot, met op het afdekklepje de naam ‘Lennards Roermond’. De oudste zus van Margaretha, Anna Catharina Huberdina van Birgelen (1830-1915) ligt begraven in vak 13, 41.

 

-----------

--------------------------Familiegraf Lennards-----------------------------------Lessenaar met stoeltje 'Lennards Roermond'

 

 

 

Levi Lion (1823-1885)(Vak C1, 33)
Uit de tekst op de matseva van de uit Cuijk afkomstige joodse ‘geleerdengenoot’ Levi Lion kan samenvattend worden opgemaakt dat hij ‘een onberispelijk persoon was, betrouwbaar en geloofwaardig. Hij ging voor in het gebed en was een trouw lid van de gemeente Roermond. Zijn overlijden vond plaats in 1885 bij het ‘uitgaan’ van de sabbat’.
In 1859 trad hij te Maasbree in het huwelijk met Kätchen (Kaatje) Vasen die rond 1839 te Duisburg Meiderich (D.) geboren werd. Uit deze echtverbintenis werden te Roermond tussen 1860 en 1875 zes jongens en drie meisjes geboren. In 1893 hertrouwde zij met de slager Hertog Meijer van Adelsbergen.

 

Hubertus Jozef Lutgens (1918 -1956) (Vak 13, 32)
Op 9 april 1956 vraagt Jac. Lutgens-Verstappen, vader van Hubert Lutgens, getrouwd met Elisabeth Weber (1917-2007), overleden te Venlo, vergunning aan voor het plaatsen van een steen op het graf van de overledene. Het ontwerp ervan werd echter door de Schoonheidscommissie afgekeurd. Daarop is op 15 mei een schrijven bij de gemeente binnengekomen van de maker van de grafsteen, de terrazzowerker J. Henderickx, Burg. Gerardstraat 19, met de mededeling dat de steen reeds vervaardigd was en dat de afkeuring ervan een zware financiële slag voor hem betekent (zie: pag. 33 en 61). Hij benadrukt dat door te wijzen op het feit dat in zijn gezin twee kinderen met tuberculose al drie jaar bedlegerig zijn en een dochter van 21 jaar reeds vier weken in het ziekenhuis verblijft, lijdend aan ‘vallende ziekte’. Klaarblijkelijk heeft het schrijven van de brief succes gehad want op 31 mei besluiten het College van Burgemeester en Wethouders toch de gevraagde vergunning te verlenen, mede gezien het feit 'dat de begraafplaats reeds bestaat uit een verzameling grafmonumenten, welke niet allen volledig geslaagd genoemd kunnen worden, zodat het bijplaatsen van dit afgekeurde monument het aanzien niet verder doet dalen’. (!)


 

Aldegonda Meijers (1872-1927) (Vak 3b, 1)

De stoffelijke resten van de in Roermond geboren en in 1927 te Venray overleden Aldegonda Meijers werden op 21 september 1960 op het Oude Kerkhof opgegraven om bijgezet te worden in het dubbelgraf van haar echtgenoot Gerard Mesterom (1875-1960) op de algemene begraafplaats Tussen de Bergen. In 1947 is van gemeentewege besloten het graf op het Oude Kerkhof onaangeroerd te laten. De beschadigde sokkel van de grafsteen is ter plekke nog aanwezig.

Gerard Mesterom was een Roermondse glazenier die in 1893 in dienst trad bij het ‘Atelier voor de glasschilderkunst’ van Frans Nicolas & Zn. Van menig aankomend glazenier in het atelier was Mesterom de leermeester, onder anderen van Joep Nicolas, zoon van Charles Nicolas. In 1926 werd hij zelfstandig ondernemer en  ging deelnemen in het glazenierbedrijf  P.Stroucken en Zn. aan de Kapellerlaan. Uit deze periode (1929) stamt zijn eerste eigen werk van zeven glas-in-lood ramen in de processiegang van de Bedevaartskapel ‘O.L. Vrouw in het Zand’ in Roermond. Eind 1932 verhuisde hij naar Bunde bij Maastricht, waar hij samen met zijn zonen Henri, Sjra en Bèr het glazeniervak voortzette in het ‘Hoolhoes’, een voormalig brouwershuis aan de Oude Rijksweg. Vele Limburgse glazeniers zoals Charles Eyck en Henri Jonas, waarmee Gerard Mesterom, behalve een vriendschappelijke, ook een artistieke band had, hebben hun ontwerpen door hem laten uitvoeren. Op zijn 75ste verjaardag werd hij pauselijk onderscheiden met de gouden medaille Pro Ecclesia et Pontifice voor zijn grote verdiensten op gebied van kerkelijke kunst. Naast een veelvoud van glasschilderramen heeft Gerard Mesterom ook opalinewerken, olieverfschilderijen, krijttekeningen en keramische kunstwerken nagelaten. Rond het jaar 1968 is het bedrijf opgeheven.

(Met dank aan Harry Vrancken, Sweikhuizen)

 

Gerard Mesterom

 

Petrus Coenraad Mensonides (1876-1927) (Vak 2, 2)
In 1909 trad de toen 34-jarige Nederlands Hervormde Petrus Coenraad Mensonides te Ginneken en Bavel (Breda) in het huwelijk met de 32 jaar oude jonkvrouw Hillegonda Annetta Nahuys. Mensonides werd in Hensbroek (Noord-Holland) geboren en overleed op 50-jarige leeftijd in Swalmen (Roermond). Van beroep was hij Officier van Gezondheid 2de klasse. Zijn ouders waren Haye Mensonides (1814-1881) en Jannetje Hendrika Ringeling (1839-1915). Vader Haye was van 1848 tot 1879 burgemeester van Hensbroek en van 1852 tot 1879 mede burgemeester van Obdam. Van 1856 tot 1860 was hij bovendien lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Zoon Pieter Mensonides werd tot arts benoemd in Amsterdam en publiceerde in een militair geneeskundig tijdschrift. Zijn laatste rustplaats op het Protestantse gedeelte van de begraafplaats is niet meer aanwezig.

 

Rosa Nathan-Ullmann (1863-1942) (Vak C,63)
In tegenstelling tot enkele van haar joodse familieleden is de in Altenstadt/Iller (Beieren, D.) geboren statenloze, voorheen Duitse, Rosa Nathan-Ullmann tijdens de Tweede Wereldoorlog een natuurlijke dood gestorven. Haar ouders waren de landbouwer Samson Ullmann en Nanette Bendel, die in 1859 in het huwelijk traden. Rosa Nathan-Ullmann was de weduwe van Bernhard Nathan. In 1939 zocht zij haar toevlucht bij familie in Roermond, die er zich vanuit Duitsland reeds een jaar eerder gevestigd had. Samen met haar, in Vierssen geboren latere koopman in veevoeder, zoon Paul Nathan (1896-1943) en haar in Düsseldorf geboren kleinzoon Herbert Nathan (1929-1943), woonden ze aan de Godsweerdersingel 13. Zowel Paul als Herbert Nathan zijn op 17 september 1943 in Auschwitz vergast. In hetzelfde pand waren gedurende de oorlogsjaren eveneens de echtgenote van Paul Nathan, Augusta Cohn (*1901) en haar zoon Kurt Nathan (*1925), werkzaam bij Cillekens IJzerwaren aan de Neerstraat, woonachtig. Beiden hebben de oorlog overleefd en zijn uiteindelijk geëmigreerd naar Argentinië.
(Met dank aan Hein van der Bruggen) (www.joodsmonument.nl)

 

 

Joseph Levie Neuman (1802-1878)(Vak C1, 7)
Op de nieuwe joodse begraafplaats bevinden zich een aantal graven die gerelateerd zijn aan de in Siegburg (D.) geboren koopman Leonard Joseph Neuman (1777- 1851). Hij was gehuwd met Helena Salomon Meijer. Via Geldern (D.), Venlo en Roermond vestigde het welgestelde joodse gezin Neuman zich in 1828 aan de Grotestraat te Linne. In datzelfde jaar vroeg Neuman aan de instantie die Israëlitische zaken behartigde in Den Haag of, nu het aantal joden in Linne 33 bedroeg, hij ter plaatse een synagoge mocht oprichten. De commissie vroeg advies aan de joodse gemeenschap in Roermond die 130 zielen telde, waaronder het dorp Linne viel. Deze adviseerde negatief omdat het geen probleem zou moeten zijn, gezien de geringe afstand (één uur lopen!), de dienst in Roermond bij te wonen. De Haagse commissie besloot daarop het verzoek af te wijzen, maar dat weerhield Neuman er niet van in zijn woning avonddiensten te houden, waarop door de burgemeester van Linne proces-verbaal opgemaakt werd. Ontmoedigd door de tegenwerking gaf Neuman in 1832 zijn pogingen om een eigen gebedsdienst te houden op en verhuisde uiteindelijk terug naar Roermond, waar hij in 1851, welhaast zonder bezittingen, overleed. Het is zeer waarschijnlijk dat het echtpaar Neuman-Meijer, dat zeven kinderen kreeg, begraven is op de oude joodse begraafplaats. De opschriften van de nog slechts zes aanwezige grafstenen aldaar vermelden andere namen. Eén van hun kinderen was de in Geldern geboren Joseph Levie Neuman, die, evenals zijn vader, koopman van beroep zou worden. In 1834 trouwde hij te Gulpen met de uit die plaats afkomstige, toen 17jarige, Betta (Breine) Hertog (1816-1882)( Vak C1, 41). Beiden overleden te Roermond en kregen tussen 1835 en 1854 elf kinderen. De hier begraven kinderen uit dit huwelijk waren Leon Neuman (1840-1913)(Vak C2, ?)*, in 1868 te Amsterdam gehuwd met Rebecca Frank, waarvan hij in 1883 zou scheiden, Betta Neuman (1841-1916)(Vak C2, 12), getrouwd met de in Kaldenkirchen (D.) geboren Joseph Sanders (1816-1887) en Isaac Neuman (1848-1929)(Vak C2, 31). Deze laatste trad tweemaal in het huwelijk: eerst met Rosa Cappel (1845-1882) en vervolgens met de in Marienborn (D.) geboren Amalia Zadoc (1839-1914)(Vak C2, ?)*. Uit het eerste huwelijk werden de kinderen Sara (1879), Joseph (1880) en Max (1882) geboren. (Zie ook: Mozes Polak). In 1882 overleed de in 1850 geboren dochter van het echtpaar Neuman- Hertog, Rosetta (Reitsche) Neuman (Vak C1, 31) en in 1929 stierf dochter Louisa Neuman, gehuwd met Elie de Groot. Zij werd in 1852 geboren en rust in vak C1, 29. Het gegeven dat er ooit aan de ‘Weertenweg’ in Linne een joodse begraafplaats gelegen zou hebben valt niet te bewijzen. De Weertenweg schijnt nooit bestaan te hebben en het aantal joodse inwoners was te gering om er een eigen begraafplaats voor op te richten. Bovendien viel Linne onder de Israëlische Gemeente Roermond, die een eigen begraafplaats had, als onderdeel van de ‘Algemene begraafplaats ‘Nabij de Kapel in ’t Zand’.

*De exacte plaats van de graven toebehorend aan Leon Neuman en Amalia Zadoc is niet meer te traceren. Op grond van hun overlijdensjaar (resp. 1913 en 1914) mag er van uitgaan worden dat ze begraven zijn in vak C2.

Bronnen: ‘Joodse geschiedenis van Roermond in steen’, 2008, door Willem Cartigny, ‘Stilte en Lofzang’; joodse begraafplaatsen in Limburg, Publications LGOG 1996, door Adrie Drinth, en www.dodenakkers.nl

 


Franz Karl (Charles) Neuss (1866 -1918)(Vak 12, 25)
In 1896 vond in Roermond het huwelijk plaats tussen de in Aken (D.) geboren Charles Neuss en de Roermondse Clementina Henriette Maria Wartenbergh (1859-1934), die begraven is in vak 10 nummer 13. Van beroep was hij schilder, later lithograaf. In 1901 werd hun zoon Franciscus Joannes Maria (Frans) Neuss geboren. Deze vertrok in 1923 naar Kerkrade. Na gewoond te hebben aan de St.Jansstraat 7 verhuisde het gezin Neuss eind 1925, enkele jaren na ná het overlijden van Charles, naar de Jesuïtenstraat 3a. Als huisgenoten woonde in eerste instantie twee zussen van Clementina in bij de familie Neuss. Het betrof Maria Margaretha Theresia Wartenbergh (1857-1932), die rust in vak 8 nummer 31 en Helena Maria Wartenbergh, geboren in 1868. Mogelijk dat de oorzaak van het op redelijk jonge leeftijd overlijden van Charles Neuss (52 jaar) de in die periode in Roermond heersende ‘Spaanse griep’ was.
De schoonvader van Charles Neuss was de in 1827 te Den Bosch geboren Franciscus Antonius Wartenbergh, in 1856 gehuwd met de eveneens in 1827 geboren Roermondse Helena Maria Schreinemacher. Zij bewoonden het belendende pand St.Jansstraat 9. Frans Antoon Wartenbergh was een in Roermond bekend lithograaf die zich bekwaamde in het vervaardigen van steendrukken met onder meer als onderwerpen de muzikale verrichtingen van de Koninklijke Harmonie, een ontwerp voor de Bongaertskapel op het Oude Kerkhof en diverse briefhoofden. Zijn vader was de uit ’s Hertogenbosch afkomstige barbier Frederik Frans Wartenbergh gehuwd met de in het Duitse Odenkirchen geboren Margaretha Könges. Zijn zoon Aloysius Joseph Maria Wartenbergh (1860-1927) zou evenals zijn vader lithograaf worden en werd begraven in vak 3a, nummer 42.



 

Heinrich Anton (Henri) Nicolas (1875-1941) (Vak 18, 3)
Tegenover het monumentale graf van de zoeaaf Küppers bevindt zich de laatste rustplaats van het echtpaar Nicolas-Ponseele. Henri Nicolas, geboortig uit het Duitse plaatsje Neheim, gemeente Arnsbach (NRW) trad in 1899 te Roermond in het huwelijk met de uit Maastricht afkomstige Helena Maria (Leentje) Ponseele (1876-1969). Henri Nicolas was, evenals zijn in Roermond geboren vader Antoon Hubert Nicolas (1847-1906), kleermaker van beroep en woonde aan de Hamstraat 4. Er is een familierelatie met de bekende glazenierfamilie Nicolas (zie: pag. 83). De moeder van Henri Nicolas was de uit Neheim afkomstige Maria Theresia Bertram. Alle zes kinderen van het echtpaar Nicolas-Bertram zijn in deze plaats geboren. De ouders van Lena Ponseele waren Joannes Francis Ponseele ( 1833-1910) en Adriana Margaretha Faber (1836-1920), in 1866 gehuwd te Maastricht. De vader van laatst genoemde was afkomstig uit Eede, de moeder werd in Nijmegen geboren. Johannes Francis Ponseele is begraven in vak 4. De juiste locatie is niet bekend omdat het vak ooit gesplitst is in twee delen (vak 4a en vak 4b).
Zijn echtgenote Anna Margaretha Faber is volgens het protestantse begraafregister (aanwezig in het gemeente archief Roermond) ter aarde besteld in vak 3, nummer 3 op het protestantse gedeelte van de begraafplaats. Haar laatste rustplaats hier is eveneens niet meer te traceren.

In vak 1b, nummer 7 is Maria Albertina Hubertina Neelen (1864-1923) begraven. Zij was in 1895 getrouwd met de in 1873 geboren Johannes Josephus Hubertus Heuts. Zoon Jacobus Johannes Hubertus (George) Heuts (1904-1993) trad in 1929 in het huwelijk met Adriana Margaretha Helena Mathilda Nicolas (1906-1995), een dochter van het echtpaar Nicolas-Ponseele.
Zowel de grafsteen van Nicolas-Ponseele alsook van Neelen zijn op particulier initiatief gerestaureerd.

 

Petrus Joannes Hubertus (Jean) Nouwen (1895-1945) (Vak 3a, 5)

De in Weert geboren Jean Nouwen was sinds zijn jeugd lichamelijk gehandicapt door een ruggengraatvergroeiing. Jean was werkzaam als commies der Registratie en Domeinen in de Begijnhofstraat waar ook het Kadaster gevestigd was. In 1935 trouwde hij met de uit Roermond afkomstige Maria Elisabeth (Lies) Neelen (1900-1985) en woonden tot 1938 aan de Thorbeckestraat. Daarna verhuisden ze naar hun nieuwe huis aan het Bisschop Schrijnenplein. De handicap van haar man was voor Lies Neelen geen beletsel met hem in het huwelijk te treden. Haar credo was: ‘de liefde overwint alles’. Evenals haar echtgenoot werkte ze bij de Registratie en Domeinen en wel als rijksklerk. Een jaar na hun huwelijk werd hun enige dochter Nelleke geboren. Zoals zo velen uit Roermond is het gezin Nouwen begin 1945 naar de noordelijke provincies, met name Franeker, moeten evacueren Na de bevrijding keerden zij terug naar Roermond, alwaar Jean Nouwen in december 1945, vermoedelijk aan hartfalen, vrij plotseling overleed. Bijzonder aan het grafmonument is dat de urn met de as van Lies Nouwen-Neelen bevestigd is aan het front van de grafsteen, in tegenstelling tot andere urnen die zich in een graf of grafkelder bevinden en niet zichtbaar zijn.

(Mededeling Nelleke Frinking-Nouwen, Roermond)

 

 

 Graf Nouwen-Neelen

 

Laurentius Gerardus (Laurent) Opveld (1868-1923) (Vak 1b, 11)
Laurent Opveld werd in Roermond geboren als zoon van de ‘buffet-bediende’ Gerardus Nicolas Opveld (* 1839) en de uit Maastricht afkomstige Margaretha Hubertina Gans (1837-1918). Háár laatste rustplaats bevindt zich in vak 18, nummer 71. Laurent Opveld trad in het huwelijk met de in Venlo geboren Marie Adelheid Berenbrock (1871-1954). Tussen 1899 en 1911 kregen zij vijf kinderen. Beide echtelieden waren in de horeca werkzaam. Laurent eerst als kastelein in café ‘Centraal’ aan de Markt 27 en vanaf 1915 als sociëteitshouder bij sociëteit ‘Amicitia’ aan de Roerkade 15. Na zijn overlijden in 1923 volgde zijn vrouw Adelheid hem in die hoedanigheid tijdelijk op.
(Zie ook: ‘Spiegel van Roermond’ 2010: De Roermondse Sociëteit Amicitia 1848-1932, pag. 80-103)

De Roerkade, gezien vanaf de Looskade, met geheel rechts een gedeelte van het gebouw van de sociëteit ‘Amicitia’


 

 

Sophie Louisa Orisius (1840-1919)(Vak 17,6)
Van 1837 tot 1875 was de in Den Haag geboren Jan Willem Henfling, gehuwd met Maria Magdalena Essers, burgemeester van Melick en Herkenbosch. Hun zoon Leonard Hubert Henfling (1827-1894), later rijksambtenaar, trouwde in 1867 in die plaats met Sophie Louisa Orisius. Zij werd geboren in Venlo als dochter van Alouisius Ignatius Orisius en Johanna Francisca Demmini. Het echtpaar vestigde zich in Posterholt, maar verhuisde in 1885 terug naar Roermond



Gerarda Carolina Marie (Arda) Pinke (1892-1927) (Vak 6, 180)

Vóór haar overlijden op 35 jarige leeftijd baarde de in Delft geboren Arda Pinke vijf kinderen.* Zij was in 1916 te Delft gehuwd met de in Roermond geboren Henricus Hubertus Jozephus (Hein) Ruyten (1887-1957), van beroep civiel ingenieur en destijds verblijvende te Loosdrecht. Haar ouders waren de uit Recke, omgeving Münster (D.) afkomstige koopman Heinrich Eugen Pinke (1856-1925) en de eveneens in Delft geboren Maria Francisca Louise (Wies) Schrönen (1859-1930). Arda Pinke had nog negen broers en zusters. Hein Ruyten hertrouwde in 1928 na het overlijden van Arda Pinke met de18 jaar jongere, uit Roermond afkomstige Maria Josephina Agnes Willems (1906-1992). Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren. Na directeur van openbare werken in Helmond te zijn geweest, was Hein Ruyten van 1919 tot 1926 werkzaam bij de Limburgse Tram Maatschappij (LTM). Van 1925 tot 1932 was hij voorzitter van de Roermondse voetbalclub RFC. In 1928 richtte ir. Ruyten te Maasbracht een betonfabriek genaamd ‘De Bandtegel’ op. Wegens ruimtegebrek is de nog bestaande fabriek in 1995 verplaatst naar Nederweert. Het terrein in Maasbracht is nu in gebruik door Linssen Yachts. Voor en tijdens de oorlogsjaren was Ruyten wethouder in Roermond. Eén van de kinderen uit het huwelijk tussen Hein Ruyten en Arda Pinke was de in Helmond geboren en later in Roermond (Maasniel) wonende bekende tandarts Wilhelmus Aurelius Marie (Wim) Ruyten (1919-2017), gehuwd met Vera Mekel (1924-2012). Zij kregen zeven nakomelingen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog verbleef Wim Ruyten in verschillende krijgsgevangenkampen. Menige Roermondenaar zal hem herinneren als rijdend in zijn klassieke rode Jaguar cabriolet, altijd vergezeld van zijn trouwe jachthond Joris. Vader Hein Ruyten ligt begraven op de algemene begraafplaats ‘Tussen de Bergen’ in vak G, rij I, nummer 25/26. Zijn tweede echtgenote Agnes Willems rust eveneens in het graf, waarin de ongehuwd gebleven zoon Louis Henricus Maria (Louk) Ruyten (1921-1959) eerder ten ruste gelegd werd. Wim Ruyten werd 97 jaar en is gecremeerd.

*Hun jongste kind was Maria Henrica Gerarda (Mia) Ruyten (1923-2010). Zij was gehuwd met de beeldhouwer Jan Lücker. Zie: pag. 82

Met dank aan Frank Ruyten, Coen In het Panhuis, Reneé Sarton


...Hein Ruyten (1887-1957) ............Arda Ruyten-Pinke (1892-1927) ....Ouderlijk huis van de familie Ruyten-Pinke
.................................................................................................. aan de Voorstad Sint Jacob, gezien vanaf
...................................................................................................de Roersingel

 

Mozes Polak (1877-1950) (Vak C, 78-79)
Een van de recente graven op het oude gedeelte van de nieuwe joodse begraafplaats betreft de laatste rustplaatsen van de uit Veendam afkomstige Mozes Polak en zijn Roermondse echtgenote Selma Neuman (1879-1963), waarmee hij in 1902 in het huwelijk trad. Hij was een zoon van Nathan Isaac Polak en Rachel Cohen. De kinderen van het echtpaar Polak-Neuman, Nico en Rachelle, overleden respectievelijk op één en drie jarige leeftijd. De ouders van Selma, die nog twee jongere broers, Jozef en Max, had waren Isaac Neuman en Rosa Cappel.

 

 

Frederik Hendrik Pollaert (1874-1941)(Vak 13, 70)
Pal naast het rijksmonument van de zoeaaf Küppers bevindt zich de laatste rustplaats van de te Maasniel geboren Frederik Hendrik Pollaert. Hij was metselaar/aannemer van beroep en in 1901 gehuwd met Catharina van Grunsven (1875-1924). Zij was afkomstig uit Lithoyen nabij Oss (N.Br). Haar graf is te vinden in vak 1b nummer 51. Het echtpaar Pollaert-Van Grunsven woonde destijds aan de Roermondsestraat in de wijk Gebroek en kreeg vier kinderen. De eerstgeborene was To Pollaert (1902-1997), vervolgens Ties Pollaers (1906-1980), die in 1952 met zijn gezin naar Australië emigreerde, Lies Pollaers (1908-1987) en Harrie Pollaers (1910-1985).Beide zonen traden in de voetsporen van hun vader en werkten eveneens in de bouwwereld. Opvallend is datde schrijfwijze van de achternaam van vader Pollaert en het oudste kind eindigt op een t, terwijl de andere drie kinderen Pollaers heten, met een s aan het einde. Mogelijk een slordigheid bij de toenmalige Maasnielse burgerlijkestand.
(Met dank aan Harry Diels, Roermond)

 

 

 

 

Hendrik Joseph Augustinus Poulissen (1869-1953) (Vak A, 56/57)
De in Venlo geboren
Henri Poulissen huwde in 1896 te Munstergeleen met de uit Oirsbeek afkomstige Maria Johanna Wilhelmina Cremers (1870-1961). Zij was lid van de Derde Orde van de Heilige Familie en van de St. Elisabethvereniging. Uit dit huwelijk werd in 1898 zoon, August Antoine Henri Marie Poulissen, geboren. Na kantoorklerk te zijn geweest richtte Henri Poulissen samen met zijn echtgenote een exclusieve dameskledingzaak onder de naam Poulissen-Cremers op aan de Steenweg 20 te Roermond. Op deze locatie is anno 2017 modezaak Miss Etam gevestigd. Een jongere zus van Wilhelmina Cremers, Maria Josephina Martha Alphonsina (Josephien) Cremers (1886-1968) trouwde eveneens te Munstergeleen in 1914 met de in Venray geboren Petrus Martinus Hubertus (Pierre) van de Voort (1881-1936). Haar laatste rustplaats is te vinden op de algemene begraafplaats ‘Tussen de Bergen’, familiegrafnummer G-II-23. Pierre van de Voort was ambtenaar bij de Posterijen en woonde met zijn echtgenote eveneens op het adres Steenweg 20, waar na zijn overlijden zijn weduwe een winkel in lingerie uitbaatte. Pierre van de Voort was eerder begraven in het familiegraf op het Oude Kerkhof, maar is ná 1968 overgebracht naar het graf van zijn echtgenote. Het echtpaar Poulissen-Cremers sleet haar laatste levensjaren aan de Kapellerlaan 117f.

 

 

Pauline Raemaekers (1867-1937) (Vak 5, 26)

Pauline Raemaekers was een dochter van het echtpaar Raemaekers-Michels (zie: pag. 208) en een zus van de uit Roermond afkomstige beroemde cartoonist Louis Raemaekers (zie: pag. 308). Andere, eveneens in Roermond geboren, broers waren Jos en Henri Raemaekers. Pauline studeerde piano in de klasse Kamermuziek aan het Koninklijk Conservatorium te Brussel bij professor Janina Zarembska-Wenzel († 1928). Zij en haar Poolse echtgenoot Juliusz Zarembska (1854-1885) waren beiden een van de laatste leerlingen van de componist Franz Liszt. Eind juni 1888 behaalde Pauline Raemaekers tijdens een concours in Brussel ter gelegenheid van de aldaar gehouden Wereldtentoonstelling  een zeer verdienstelijke tweede prijs. Er waren nog zes andere mededingers. In de Roermondse krant de Nieuwe Koerier van 30 juni werd dit feit belangrijk gevonden vermeld te worden. Paulina overleed, zeventig jaar oud, na een kort ziekbed in het Instituut St. Elisabeth te Ukkel. Ten tijde van haar overlijden woonde haar twee jaar jongere broer Louis met zijn gezin in Brussel. Het is niet bekend of zij met de familie het huis aan de Avenue de l’Hippodrome 7 deelde of apart woonde. Haar stoffelijk overschot  werd overgebracht naar Roermond en aldaar op 4 augustus 1937 begraven.

(Met dank aan Ariana de Ranitz, Utrecht)

 

Godefriedus Hubertus Ramakers (1878-1936) (Vak 9, 8)

De in Swalmen geboren Godefriedus Ramakers vestigde zich als slager aan de Varkensmarkt in Roermond. Hier ontmoette hij Anna Maria Erdkamp (1880-1969), wier ouders, eveneens aan de Varkensmarkt, een zaden - en kruidenhandel dreven. In 1902 traden ze in het huwelijk en begonnen een slagerij aan de Hamstraat 10. Het echtpaar kreeg elf kinderen, negen meisjes en twee jongens. Na het, ten gevolge van een longaandoening, overlijden van Godefriedus, nam de jongste zoon de slagerij over. Na aanvankelijk nog bij de slagerij gewoond te hebben, verhuisde Anna Ramakers-Erdkamp naar een eveneens aan de Hamstraat wonende dochter. Uiteindelijk nam ze haar intrek bij een andere dochter in Bergeijck (N.Br). Op 89 jarige leeftijd overleed zij in een ziekenhuis te Eindhoven en werd vervolgens in Roermond begraven bij haar in 1936 overleden echtgenoot.



 

 

familie Ramakers

 

 

Hendrik Hubert Van Reij ((1832-1909) (Vak 20,12)

De familienaam Van Reij (ook: Van Rey) is afkomstig uit de Belgisch Limburgse plaats Maaseik. Jean Jacques van Reij, gehuwd met Sibille Aldegonde Bovie, vestigde zich als zadelmaker rond 1826 in Roermond. Een van hun kinderen was Hendrik Hubert Van Reij, slager van beroep die in 1860 te Roermond in het huwelijk trad met Maria Elisabeth Beaumont (1834-1920). Het echtpaar kreeg zes kinderen waaronder  Anna Petronella Hubertina van Reij (1875-1941)(Vak 12, 50) die in 1902 trouwde met de banketbakker Carolus Hubertus Johannes Clout (1874-1950). Aanvankelijk werd laatstgenoemde na zijn overlijden op de algemene begraafplaats ‘Tussen de Bergen’ begraven, maar zijn stoffelijke resten werden op 15 april 2010 (het jaar dat er door de gemeente nieuwe grafrechten voor het Oude Kerkhof werden uitgegeven) na 69 jaar herbegraven in het graf (vak 12, nr. 50) bij zijn eerder overleden echtgenote. Een plaquette op de grafsteen herinnert aan dit feit. Een broer van Anna van Reij was Jacobus Henri Hubert van Reij (1870-1938), evenals zijn vader slager van beroep. In 1900 trouwde hij met de in Limbricht geboren Maria Elisabeth Salden(1873-1951). Zij overleed te Nieuwstadt. Beiden rusten in vak 5, graf 108. De Roermondse politicus Jos van Rey (1945) is een van hun kleinkinderen.

(Met dank aan Jos van Rey, Roermond)

 

Echtpaar van Reij-Salden

 

 

 

Christina Catharina Maria (Christien) Sanders (1953-1953) (Vak 16,13)
Christien Sanders werd op 23 augustus 1953 als zesde van tien kinderen van het echtpaar Henricus Antonius Hubertus (Harry) Sanders (1919–2017) en Cornelia Elisabeth (Lies Claas) (1921–2006) (beiden begraven op de algemene begraafplaats ‘Tussen de Bergen’) geboren in het Laurentius ziekenhuis te Roermond. Hier overleed zij drie dagen later aan de gevolgen van een aangeboren hartafwijking. Nadat haar vader haar in de ‘Kapel in ’t Zand’ had overgedragen aan de begrafenisondernemer werd zij in een ongemarkeerd graf te ruste gelegd op ‘d’n Aje Kirkhaof’. Sinds 2010 is de locatie van haar grafje bij de familie bekend en voorzien van een eenvoudige naamplaat. De in de nabijheid begraven Gérard Silkens (1944-2010) (vak 17, 6) was getrouwd met Maria Christina Elisabeth (Ria) Sanders, de oudste zus van Christien Sanders. (zie: pag. 258).

 

Pieter Hendrik Anton (Henri) Sanders (1851-1923) (Vak 1b, 35)
Henri Sanders werd geboren te Roermond. Zijn vader, Joannes Sanders (1802-1856), afkomstig uit een familie van arbeiders en tabaksplanters, kwam in de jaren dertig of veertig van de 19e eeuw vanuit het Gelderse Oosterhout naar Roermond, waar hij in 1844 trouwde met de uit Roermond afkomstige Maria Agnes Hubertina Hendrickx (1809-1888). Na het overlijden van haar echtgenoot trad zij in 1857 voor de tweede maal in het huwelijk met Leonardus Verhesen. Henri Sanders was het derde kind uit een gezin van vier kinderen. In 1880 huwde hij met Anna Catharina Janssen, in 1849 geboren te Heel en Panheel en in 1939 te Roermond overleden. Zij werd apart van haar echtgenoot begraven in vak 14 nummer 22. Het echtpaar woonde destijds aan de Bakkerstraat 28. Naast landbouwer was Henri ook schrijnwerker van beroep. Het echtpaar kreeg zes kinderen waarvan er twee (Harry Sanders en Tienke Sanders) eveneens op het Oude Kerkhof begraven zijn.

-------------------------------- Henri Sanders en Anna Catharina Sanders-Janssen

 

------------------------De afzonderlijke graven van het echtpaar Sanders-Janssen

Andreas Henricus (Harry)Sanders (1880-1962)(Vak 24, 52)
Harry Sanders werd als oudste zoon van Henri en Anna Catharina Sanders-Janssen te Roermond geboren. Toen hij in 1905 trouwde met de uit Maasniel afkomstige dienstbode Maria Gertrudis Hodzelmans (1879-1947), was hij volgens een bericht in het Venloosch Nieuwsblad van 11 november 1905 van beroep schoenmaker. Uit het Roermondse bevolkingsregister van 1915 is op te maken dat hij nadien ‘brievenbesteller’ was en woonde aan de Dr. Leursstraat 50 te Roermond. Maria Hodzelmans rust in hetzelfde graf als haar vijftien jaar later overleden echtgenoot. Tussen 1906 en 1919 zouden uit dit huwelijk drie dochters en twee zonen geboren worden.

 

Elisabeth Hubertina Wilhelmina (Tienke) Sanders (1884-1922)(Vak 1a, 35)
Tienke Sanders werd in 1884 als derde kind geboren uit het huwelijk van Henri Sanders en Anna Janssen. In 1909 trouwde zij te Roermond met de in 1874 in Maasniel geboren Peter Hubert (Pierre) Ties, die werkzaam was als letterzetter (kantoorbediende). Zij woonden aanvankelijk aan de Bakkerstraat 24, daarna aan het Deemsel en vervolgens aan de Bisschop Boermansstraat 8. Pierre Ties was in de periode 1913-1924 secretaris van de Woningvereniging St. Jozef. Zij kregen samen vijf kinderen, drie dochters, een zoon en een dood geboren kindje. Kort na de geboorte van dochter Elisabeth Theresia Catharina (Betsie), in 1922 overleed Tienke. Voor echtgenoot Pierre Ties braken moeilijke tijden aan. Enkele kinderen werden elders ondergebracht. De oudste dochter Albertina Sophia Catharina (*1911) bleef waarschijnlijk bij haar vader. De andere kinderen gingen naar familie; dochter Anna Catharina Elisa (*1914) kwam in huis bij haar oom Joseph Hubertus Alphonsus Sanders, een zoon van Henri Sanders. Zoon Henricus Petrus Gerardus (*1919) kwam in Grathem terecht terwijl Betsie (*1922) aanvankelijk bij haar oom en tante, Petrus Hubertus Henricus (Hubert) Sanders en Christina Maria (Stien) Wijers (de grootouders van de reeds vermelde Christien Sanders) geplaatst werd en uiteindelijk werd opgenomen in het Louisahuis.

Met dank aan Frans Sanders te Eindhoven voor het verstrekken van informatie en afbeeldingen betreffende de hier boven beschreven‘Sandersgraven’ op het Oude Kerkhof.


 

Jacob Napoleon (Jacques) Snackers (1856-1928) (Vak 5, 46,47)
De families Snackers en Steuk waren van 1814 tot 1951 eigenaar van herberg ‘De Waerelt’, later hotel ‘De Wereld’ te Wageningen. Op 5 mei 1945 vonden hier de onderhandelingen plaats tussen de geallieerden en de Duitsers over de capitulatie van de Duitse bezetter in Nederland. Uit het huwelijk van Jan Willem Snackers met Maria Catharina Fleischeuer werden te Oirsbeek (gemeente Schinnen) twee zonen geboren. De jongste was Jacques Snackers, de oudste Jan Godfried Snackers (1854-1925). Laatstgenoemde trouwde in 1880 met Berndiena Johanna Stottelaar (1848-1894), sinds 1880 eigenaar van hotel ‘De Wereld’, eerder gehuwd met de ijzerhandelaar Gerardus Steuk (1820-1879). Uit het eerste huwelijk van Gerardus Steuk met Johanna Francisca Antonia Nales (1845-1873) werd te Wageningen Wilhelmina Johanna Barbara Steuk (1870-1938) geboren, die in 1891 zou trouwen met de veertien jaar oudere Jacques Snackers, directeur van de Roermondse Rijksdagnormaalschool*, voordien hoofd van de tweede openbare school gelegen aan het Munsterplein. Jacques Snackers was van 1890 tot zijn overlijden in 1928 onder meer voorzitter van het Roermonds Mannenkoor. Als motto had hij: ‘Het hoofddoel van het koor is veredeling der kunst.’ Tijdens zijn voorzitterschap werd begin 1903 het verzoek ingediend om koninklijk erkend te worden. Eveneens was hij voorzitter van de Ambachtschool en de School voor Nuttige en Beeldende Kunsten. Voorts was hij auteur van diverse publicaties die betrekking hebben op de Limburgse geschiedenis en werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het echtpaar Snackers-Steuk kreeg twee kinderen: Jan Willem Snackers (1892-1973) en Johanna Bernardina Wilhelmina Snackers (1893-1936). Zowel Jacques Snackers als ook zijn echtgenote Wilhelmina Steuk woonden aan de Neerstraat 40, maar overleden beiden in het Sint - Antonius gasthuis te Helmond.

*Voorloper van de kweekschool, opleidingsinstituut voor onderwijzend personeel aan een lagere school.

Bronnen: Gemeentearchief Wageningen, Veluwse Geslachten 1980, Gemeentearchief Roermond en website KRM.

Echtpaar Snackers-Steuk met hun kinderen Jan en Annie (GAR)


----------------------------------------------------------------Wilhelmina Johanna Barbara Steuk (1870-1938)

---------------------------------------------------------------Jacob Napoleon (Jacques) Snackers (1856-1928)

 

 

Joseph Adolf Lodewijk Frans Steffens (1821-1899) (Vak A, 441) 

Adolf Steffens was een zoon van Herman Joseph Steffens, kantonrechter te Horst en de in Beesel geboren Anna Maria Rouffs. Herman Steffens was de laatste rentmeester van het inmiddels gerestaureerde ’kasteelke’ Huis Meerlo. Zoon Adolf werd geboren in Horst en bleef gedurende zijn leven vrijgezel. Na inspecteur der posterijen in Noord-Holland en Utrecht geweest te zijn, werd Steffens directeur van het postkantoor te Roermond en was hij vanaf 1885 tot aan zijn overlijden aldaar gemeenteraadslid. Zijn grafmonument , ontworpen door het ‘atelier voor kerkelijke kunst’ Joseph Tissen, werd vervaardigd in de werkplaats van Joseph Stienon, kleinzoon van  steenhouwer Georges Stienon in Voorstad St. Jacob. Het hekwerk werd geleverd door smid Peeters uit de Swalmerstraat. Op het monument zijn, afgezien van het familiewapen, twee wapenschildjes met posthoorns te onderscheiden, verwijzend naar het vroegere beroep van Steffens.

(Bron: Maurice Heemels/Rob Dückers, Grafstijlen op de Roermondse begraafplaats nabij Kapel in ’t Zand tussen 1870 en 1940, Jaarboek 2015 SHCL)

 

 

Adolf Steffens

 

 

Mathias Joseph Stengele (1822-1900) (Vak A, 579)

Mathias Stengele vestigde zich omstreeks 1856 als graveur in de Swalmerstraat te Roermond. Hij werd geboren in Herzogenrath (D.) en trad in het huwelijk met Maria Neben (1841-1885). Beiden rusten onder een grafmonument dat zowel klassieke, middeleeuwse als ook renaissanceachtige kenmerken draagt.  Een familiaire relatie met de boekdrukker (later SPD politicus) Gustav Stengele (1861-1917) is vooralsnog niet aangetoond.

(Bron: Maurice Heemels/Rob Dückers, Grafstijlen op de Roermondse begraafplaats nabij Kapel in ’t Zand tussen 1870 en 1940, Jaarboek 2015 SHCL)

 

Lambertus Joostinus Sterkenburg (1873-1945) (Vak 10,7)

Na eerst begraven geweest te zijn in vak 18, graf 41, heeft de te Gorichem geboren Lambert Sterkenburg zijn uiteindelijke laatste rustplaats gekregen in het graf van zijn uit Thorn afkomstige echtgenote
Maria Angelina Hubertina Snickers (1864-1937). Zij was een dochter van Jean Snickers en Dorothea Theelen, die ‘boerden’ op de ‘Grote Hegge’. Lambert Sterkenburg was als Kapitein der Infanterie gelegerd in Roermond. Hier ontmoette hij zijn vrouw met wie hij op 7 juni 1904 in het huwelijk trad. Angelina Snickers was redelijk gefortuneerd, in tegenstelling tot haar echtgenoot die als oud-K.N.I.L. officier een karig pensioen genoot. Door de relatieve welstand kon er echter veel gereisd worden. Zo traden zij in de jaren '30 tijdens een reis naar Servië en Macedonië in de voetsporen van de Nederlandse schrijver A. den Doolaard.* Geruime tijd bewoonden het echtpaar het in 1904 in opdracht van Angelina gebouwde pand, genaamd ‘Mon Desir’ aan de Rijksweg te Baexem. Toen dit huis wegens verkeerstechnische maatregelen gesloopt moest worden, verhuisde het echtpaar naar Roermond om zich te vestigen aan de Kapellerlaan 111. Lambert Sterkenburg, die Indisch bloed had, was wegens ‘tropenjaren’ met vervroegd pensioen gegaan. In februari 1945 was hij door ziekte te zwak om geëvacueerd te worden. In de kelders van de toenmalige ‘Eiermijn’ werden Roermondenaren die hetzelfde lot troffen, al of niet door familieleden verpleegd en waren daardoor uitgesloten van evacuatie naar een van de noordelijke provincies. Lambert Sterkenburg overleed er op 22 februari. Daar hun huwelijk kinderloos bleef ging de erfenis naar een nicht van Angelina, Dorothea Houben-Tonnaer, die als modiste een bekende hoedenzaak exploiteerde aan de Varkensmarkt in Roermond.

* In de Macedonische stad Ohrid is in 2006 een monument voor Den Doolaard opgericht.

Met dank aan Henri Houben, Roermond.

 


Lambert Sterkenburg___Angelina Snickers _______Huize 'Mon Desir'

 

 

Leonardus Jacobus Hubertus (Lei) Steuns (1867-1946) (Vak 7, 85)
Het geslacht Steuns is sinds 1752 afkomstig uit de omgeving van de Belgische plaats Stokkem en het Limburgse Berg aan de Maas. In 1775 vestigde ene Carolus Steuns, zich met zijn familie in Roermond. Kleinzoon Henricus Steuns (1829-1904) werd er geboren en was wever van beroep. Hij trad in 1869 in het huwelijk met de in 1841 te Antwerpen geboren Johanna Wilhelmina Rutten die in 1930 begraven is in vak 4b, 13. In vak 8, nummer 62 is zijn laatste rustplaats te vinden. Lei Steuns was een zoon van het echtpaar Steuns-Rutten. Bij de geboorte kreeg Lei aanvankelijk de achternaam Rutten. In 1897 trouwde hij te Roermond met Maria Hubertina Toma (1868-1943). Haar vader was de in Echt geboren Johannes Jacobus Toma (1839-1914) die woonde in de Begijnhofstraat en wever van beroep was. Zijn laatste rustplaats is te vinden in vak 14, 16. Ook haar moeder, Maria Magdalena Wijnen (1839-1910) werd in Echt geboren en was dagloonster. Zij rust in vak 4, 98. Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren waaronder Petrus Hendrikus Hubertus Toma (1863-1935)(vak 9, 5), die eveneens op het Oude Kerkhof zijn laatste rustplaats heeft. Een broer van Lei Steuns was Leonardus Hubertus Steuns (1882-1916), die evenals zijn oudere broer Lei sigarenmaker zou worden. Hij is begraven in vak 18, 18. Een andere broer was Franciscus Hubertus Steuns (1878-1970), van 1899-1908 mede-eigenaar van de sigarenfabriek ‘Gebroeders Steuns’. In 1907 trouwde hij met Anna Maria Hubertina Wijnen (1878-1959). Hij is begraven in vak 17, 22. Het echtpaar Steuns-Toma kreeg acht kinderen, waaronder één in 1911 levenloos werd geboren. Het kindje werd begraven in grafveld 10. In 1898/99 richtte Lei Steuns een sigarenfabriek op aan de Kapellerlaan 161 (huidig nummer) onder de merknaam ‘Spijker’ en later ‘Ernst Casimir’.* Hij was daarmee niet de eerste. Vanaf 1873 bekwaamden zich reeds onder meer drie gebroeders Jacobs te Roermond in de tabaksindustrie. (Zie: pag.164/166). In 1898 werd oudste zoon Henricus Franciscus Hubertus Steuns geboren, die in 1925 zou trouwen met de uit Maasbree afkomstige Catharina Joanna van Geel. Zij zijn beiden begraven op de algemene begraafplaats ‘Tussen de Bergen’ te Roermond. In 1902 werd Jean Baptist Mathieu Hubert Steuns geboren die in 1929 in het huwelijk trad met de in 1905 eveneens te Roermond geboren Adriana Theodora Josephina Janssen. Van 1939 tot 1942 was hij gemeenteraadslid. Beide broers vormden de directie van de ‘Ernst Casimir Sigaren Fabriek N.V.’ Het pand aan de Kapellerlaan 251 werd door Jean Baptist Steuns vanaf 1934 gehuurd om er een sigarenmagazijn met de naam ‘de Uiver’ te starten. De sigarenzaak ‘Spijker’ aan de Nassaustraat 73 werd tot circa 1975 geëxploiteerd door Henricus Hubertus Steuns. Hij was eigenaar van het pand dat in opdracht van hem in 1930 gebouwd werd. Tot de Tweede Wereldoorlog groeide het bedrijf gestaag, maar zag zich genoodzaakt vanaf 1943 wegens gebrek aan grondstoffen over te gaan op fabricage van surrogaten. In samenwerking met de firma Heynen & Molenaar & Co, die gevestigd was in de gebouwen van de Limburgse Tramweg Maatschappij (L.T.M.), gelegen tussen de Venloseweg en de spoorweg (de huidige gemeentewerf), werd hopafval, aangeleverd door Nederlandse en Belgische bierbrouwerijen, gebruikt voor het vervaardigen van het surrogaat Surbin. In 1943 moest de fabriek door opgelopen oorlogsschade noodgedwongen stilgelegd worden. In 1946 werd Heynen & Molenaar & Co in zijn geheel door de firma Steuns overgenomen. In datzelfde jaar overleed Lei Steuns te Kessel.
Tot de derde generatie Steuns behoorde de in 1938 geboren Leonard Christiaan Gerardus Steuns, die adjunct-directeur van de sigarenfabriek werd. In 1949 werd naast de woning en fabriek op nummer 161 door Lei Steuns een nieuw pand op nummer 163 aangekocht, twee jaar later eveneens het pand met nummer 165. Toen ter plaatste geen uitbreiding meer mogelijk was vestigde het bedrijf zich in 1955 aan de Veeladingstraat in het gebouw waar nu ‘Wonen Limburg’ haar onderkomen heeft, de voormalige E.N.R. fabriek (zie: pag. 303). Tenslotte zij nog vermeld dat familielid Frans Hubert Steuns (1854-1907) in 1882 Catharina Hubertina van der Goor (1859-1941) tot zijn wettige echtgenote nam. Als tapijtendrukker van beroep werd hij verscheidene malen opgeroepen om in het militieleger als tamboer te fungeren. Het echtpaar kreeg zes kinderen. Catharina Steuns-van der Goor overleed op 82-jarige leeftijd en is begraven in vak 8, 8, hetzelfde graf waarin in 1931 haar in 1892 geboren jongste dochter Maria Hubertina Steuns reeds haar laatste rustplaats had.

*De Spyker, aanvankelijk Spijker, was een destijds bekend automerk van Nederlands fabricaat waarnaar de eerste merknaam genoemd is. Ernst Casimir van Nassau-Dietz, de tweede merknaam, was stadhouder die in 1632 in Roermond nabij de huidige Kapellerlaan gesneuveld zou zijn.
*Het vliegtuig, genaamd ‘de Uiver’ (een Douglas DC2), werd vooral beroemd door zijn vlucht van Engeland naar Australië in oktober 1934. Twee maanden later verongelukte het toestel op een vlucht naar Bagdad.

Genealogische bron: Roermondse geslachten, Delhougne II, pag.175-183.
Met dank aan Ruud Lamboo Louwarts, Roermond en Leo Steuns, Maastricht.

Sigarenfabriek Firma L.H.J. Steuns & Zn. aan de Kapellerlaan -----------Firma Heynen en Molenaar en Co. aan de Venloseweg

--

Sigarenfabriek Ernst Casimir aan de Veeladingstraat

Joannes Hendricus (Jean Henri) van Straelen (1783-1824) (Vak A, 74/75)
Van de van oorsprong uit Heythuysen stammende vooraanstaande familie Van Straelen is ook een Roermondse tak bekend. De niet onbemiddelde rentenierfamilie woonde eerst aan de Swalmerstraat en kocht vervolgens in 1818 het pand ‘de Steenen Trappen’ aan de Neerstraat. De familie stond in de stad destijds bekend als zeer vrijgevig.
De in Heythuysen geboren Jean Henri van Straelen was gehuwd met de uit Goch afkomstige Maria Agnes Lax (1785-1852). Hij ontmoette haar tijdens zijn studie in deze Duitse stad. In Roermond werd hij controleur van de directe belastingen. Uit het huwelijk werden negen kinderen geboren, waarvan er vier rusten in het familiegraf, waarvan het neogotisch grafmonument nog in uitstekende staat verkeert. De vijf overige nakomelingen overleden zeer vroegtijdig en zijn elders begraven. De in 1816 geboren Augusta Elisabeth van Straelen overleed op 42-jarige leeftijd in januari 1859. In dat zelfde jaar overleed in oktober haar in 1823 geboren jongere zus Maria Antoinetta van Straelen. In 1854 was de in 1824 geboren Henrietta Theodora Hubertina van Straelen gestorven. Constant André Hubert van Straelen overleed dertig jaar oud reeds in 1848. De vier hier begraven kinderen zijn allen vrijgezel gebleven waardoor de Roermondse tak uitstierf. De langstlevende dochter Maria Antoinetta van Straelen liet bij haar overlijden in 1859 testamentair een groot geldbedrag na aan het ’Louisa Huis’ en het plaatselijke hospitaal*. De familie Van Straelen is geparenteerd aan de bekende familie Scheyven te Heythuysen.

*Bovenstaande gegevens zijn gebaseerd op mededelingen van landmeter/historicus Alexander van Beurden (1852-1934) in een publicatie betreffende de families Scheyven en Van Straelen in 1901. In deze publicatie vermeldt hij specifiek dat een portret van deze weldoenster zich bevindt in de Regentenkamer van het Godshuis. Bij onderzoek hiernaar in 2018 werd het portret echter niet aangetroffen. Met het ‘Louisa Huis’ bedoelt Van Beurden de ‘Stichting Jonkvrouwe Maria Louisa de Pollart-Jonkheer C. Petit d’Oudenborgh’ (zie: pag. 128-130).

Met dank aan Arno Gubbels en Maurice Heemels, Heythuysen


Neogotisch grafmonument familie Van Straelen

 

Peter Joseph Hubert Tijssen (Jozef) (1837-1912) (Vak 1, 92)
De ouders van de te Wessem geboren Jozef Tijssen waren Joannes Tijssen en Anna Margaretha Meeuwissen. Reeds op jeugdige leeftijd vestigde Jozef zich in Roermond alwaar hij op 23-jarige leeftijd op 20 juni 1860 in het huwelijk trad met de twee jaar oudere Petronella Hubertina Angelina Franssen. Hier oefende hij het bakkersberoep uit en werd later handelaar in gist. Zijn passie voor muziek bepaalde een groot deel van zijn leven. Ruim zestig jaar vervulde hij als voorzanger een toonaangevende rol in zijn geliefde Munsterkerk. Bekend als ‘vader Tiesse’ was hij erg populair in de stad en viel hij op door zijn goedgeefsheid. Naast zijn muzikale kwaliteiten was Jozef Tissen mede oprichter van de Roermondse Spaarbank en de Roermondse Glasverzekering en richtte hij in 1880 het Roermonds Mannenkoor, later bekend onder de naam Koninklijke Zangvereniging Roermonds Mannenkoor, op. Het echtpaar Tijssen-Franssen kreeg drie zonen die alle drie hun sporen op muzikaal gebied zouden gaan verdienen. De bekendste was Joseph Hubert Henri Tijssen (1862-1926), componist van het ‘Limburgs Volkslied’ beter bekend als ‘Waar in bronsgroen eikenhout’, grotendeels van tekst voorzien door Gerard Krekelberg en eveneens van het 'Roermonds Volkslied'.
(Zie: pag. 306-308, Enkele bekende Roermondenaren die niet in Roermond begraven zijn). Maar ook zijn broers Alphons Godfried Joseph Hubert (Jozef junior) Tijssen (* 1871) en Jean Alphons Hubert (Jean) Tijssen (* 1876) bezochten conservatoria en blonken uit in muzikaliteit als tenoren en oratoriumzangers en eveneens als pianist.
Bron: Joep Gielen, Wessem


Dominicus Theodorus Hubertus Timmerman (1811-1866) (Vak A,566-567)
De ouders van Dominique Timmerman waren Leonardus Timmermans en Jeanne Alberts die in 1799 in Venlo in het huwelijk traden. Ze kregen tien kinderen. De laatste letter -s van de achternaam werd circa 1790 weggelaten, waarna het Timmerman werd. In 1846 behaalde de te Venlo geboren Dominique Timmerman zijn apothekersdiploma in Maastricht. Hij zou bovendien gestudeerd hebben in Duitsland, Zwitserland en Italië, maar er zijn geen aanwijzingen dat deze studies gerelateerd waren aan het beroep van apotheker. Hij bleef ongehuwd en woonde samen met zijn jongste zus Julia Elisabeth Hubertina Timmerman (1817-1898), die eveneens in dit graf rust, in zijn apothekerspand aan de Schoenmakerstraat. In 1849 verhuisde Timmerman met zijn apotheek naar de hoek Munsterstraat/Heilige Geeststraat, waar hij werd opgevolgd door Lambert Romen (zie: pagina 195).

 

Familiegraven Vincken
De ouders van Maria Clara Hubertina Vincken (1841-1923), in 1872 gehuwd met de in Haelen geboren Henricus van Dick, waren de in Roermond geboren smid Jan Mathijs Vincken (1808-1876) en de uit Weert afkomstige Maria Elisabeth van Borren (1803-1882). Zij rust in vak 14, nummer 34. De uiterlijke kenmerken van haar graf zijn niet meer aanwezig. Diverse leden van de familie Vincken werden in Roermond bekend als kermisexploitanten. Christiaan Lodewijk Hubert Vincken (1838-1917) was carrouselhouder te Roermond en sinds 1864 gehuwd met Maria Catharina Hubertina Huiskens (1839-1912), ook afkomstig uit een kermisgeslacht. (Vak A, 746/747). Hun in Rotterdam geboren zoon Petrus Johannes Gerardus Vincken (1865-1919) exploiteerde evenals zijn vader een carrousel en was in 1891 getrouwd met Elisabeth Maria Hubertina Wolfs (1870-1930), een dochter van de kermisexploitanten Jean Wolfs (1835-1911) en Maria Margaretha Hubertina Xhaflaire (1837-1904). Beide echtparen zijn bijgezet in de grafkelder Wolfs (zie: pag.143). Een in Roermond geboren zoon was Mathijs Johannes Hubertus Vincken (1867-1935). Hij werd winkelier en trouwde in 1894 met de uit Vierssen (D.) afkomstige Maria Agnes Reuten (1864-1940). Beiden zijn begraven in vak 5, nummer 178. Dochter Hubertina Catharina Maria Vincken(1874-1905) trad in 1899 in het huwelijk met de in Bergen op Zoom geboren carrouseleigenaar Adrianus Marinus Peeters. Na haar overlijden huwde hij in 1906 met haar jongste zus Catharina Elisabeth Vincken (1882-1940). Ook de in Dordrecht geboren jongste zoon Wiebe Brandus Vincken (1880-1945) werd carrouselhouder en trouwde in 1902 met de in Roermond geboren Maria Margaretha Blanck. Zij rusten in vak 1b, nummer 25. Vermeldenswaard is dat enkele kinderen van het echtpaar Vincken-Wolfs gerelateerd zijn aan andere graven op het Oude Kerkhof. Oudste dochter Maria Margaretha Vincken huwde Frans Joseph Hubert Cox, zoon van Theo Cox en Agnes Geelen (zie: pag. 209). Handelsreiziger Hubertus Joannes Emmanuel Vincken trad in het huwelijk met Maria Gertruda Meisters. Haar ouders Lambert Meisters (1854-1937) en Aldegonda Utens (1857-1937) rusten in vak 5, nummer 117. Haar broer was Lambert Meisters, groothandelaar in porselein aan de Schuitenberg en in de vijftiger jaren van de vorige eeuw Vorst van de Roermondse Sjtadsvastelaovesvereniging ‘D’n Uul’. Hij is begraven op de algemene begraafplaats ‘Tussen de Bergen’. Het derde kind, Louis Gerard Vincken (Gérard) (1894-1951), was eveneens carrouselhouder en vervolgens oprichter van het in Roermond alom bekende ‘Hotel de la Station’. In 1919 trouwde hij met Maria Catharina Hubertina van Bergen (1891-1961), dochter van kermisreiziger Laurentius Josephus Hubertus van Bergen en Helena Hubertina Crompvoets (zie: pag. 146). Zijn zus Wilhelmina Gerardina Vincken werd in1904 geboren in Groningen. Zij huwde in 1925 de in 1896 geboren Wilhelmus Johannes Theodorus Kranenpoot, van beroep koopman en zoon van Johann Mathias Kranenpoot en Maria Catharina Nellen. Johann Kranenpoot werd geboren in 1857 te Rheindahlen (D.) en overleed in 1902 te Bonn (D.). Echtgenote Catharina Nellen werd in 1860 eveneens in Rheindahlen geboren en overleed te Roermond, ook in 1902. Hun door een fraai gietijzeren hekwerk omsloten familiegraf is aanwezig in vak A, graf 232-233.

Grafmonument Kranenpoot-Nellen ---Grafsteen Meisters-Utens------Graf Vincken- Huiskens met links --___ Graf Vincken-Blanckkn-Blanck

------------------------------------------------------------------op de achtergrond de twee

------------------------------------------------------------------laatste rustplaatsen van moeder

------------------------------------------------------------------en zoon Van Bergen-Xhaflaire


 

Zef Vleeshouwers (1929-2015)(Vak 17, 12)

De op 14 mei 1929 in Hunsel geboren emeritus priester Zef Vleeshouwers kwam uit een groot gezin met een katholieke levensinstelling. Hij bezocht het gymnasium in Weert, het Klein Seminarie te Rolduc en het Groot Seminarie te Roermond. In 1956 werd hij tot priester gewijd en begon als kapelaan in de parochies Maasbree en Bergen(L.). Vervolgens  keerde hij als pastoor terug naar Roermond om de Heilige Geest parochie onder zijn hoede te nemen. Tot lang na zijn emeritaat heeft hij dit met volle overgave gedaan. Een complicatie tijdens een eenvoudige ingreep in het Sint- Laurentiusziekenhuis in Roermond werd hem fataal. Hij overleed op 3 oktober 2015.

 

 

Zef Vleeshouwers

Nicolas Christiaan van der Vliet (1864-1945) (vak 9, 22)
Van oorsprong stamt de familie Van der Vliet rond 1650 uit Breukelen- Nijenrode. De ritmeester der Cavalerie Nicolas Christiaan van der Vliet overleed op 80-jarige leeftijd te Oegstgeest. In 1895 trouwde hij in Venlo met Theodora Cornelia Erkamp (1871-1944). Het echtpaar kreeg vijf kinderen. Eén van hen was Anna Hubertina Paulina (Annie) van der Vliet (1900-1997), in 1922 gehuwd met Michel Frans Hubert Bremmers. Zij werd geboren in Venlo en overleed in Drunen. Michel Bremmers was werkzaam als administrateur bij de suikerfabriek ‘Gordang Winangan’ in het regentschap Klaten op Java in Nederlands-Indië. In 1952 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Hun dochter Theodora Mathilde (Thea) Bremmers (1927-2013) werd aldaar geboren en trad in het huwelijk met René Jacques Henry Lach de Bère (1926-2011). Zijn wieg stond in Amersfoort en hij overleed in Tilburg. In leven was hij Kolonel der Infanterie b.d., voormalig Garnizoenscommandant van ’s- Hertogenbosch en Provinciaal Militair Commandant van Noord-Brabant. Hij werd geridderd in de Orde van Oranje-Nassau met de Zwaarden en was Drager van het Ereteken voor Orde en Vrede met de gespen 1948 en 1949. Bovendien was hij erelid van de Vughtse Mixed Hockey & Cricketclub ‘MOP’. Alle genoemde overledenen, met uitzondering van Michel Bremmers, zijn in dit graf begraven of er in een asurn bijgezet. Johan Marie Herman (Henri) van der Vliet (1897-1926), zoon van het echtpaar Van der Vliet-Erkamp, is begraven in vak 3b, nummer 44. Hij werd geboren in Venlo, was werkzaam in Indonesië bij een bedrijf dat een overblijfsel was van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en overleed op 29-jarige leeftijd te Roermond.
(Foto's Wim Bongaerts).

* De familie De Bère is zowel verwant aan de familie Bijl de Vroe (pag. 274) als ook aan de familie Van Gorkum (pag. 280). De KNIL luitenant-kolonel Philip F.L.C. Lach de Bère (1859-1936) was gehuwd met Dorothea Elisabeth Bijl de Vroe. Jan Egbertus van Gorkum (1780-1862) huwde in 1805 met Jacobus Jydia Maria de Bère (1787-1849).



echtpaar van der Vliet-Erkamp

 



Annie Bremmers-van der Vliet

Henri van der Vliet

 

Antoinette Jeanette Voerman (1879-1918) (Vak B, 11)

In 1907 huwde de in ‘Stad Ommen’ (Ov.) geboren Antoinette Voerman de uit Leens (Gr.) afkomstige Jacob Rietema. Het echtpaar kreeg in 1912,1915 en 1917 achtereenvolgens drie dochters, waarvan de laatste, Lamberta Johanna  Rietema, slechts tien maanden oud werd. Zij werd evenals haar moeder ter aarde besteld op het protestantse gedeelte (Vak 1b). Jacob Rietema was surnumerair (overtallig) controleur der grondbelastingen en woonde aan de Kapellerlaan 15. Bovendien publiceerde hij o.a. ‘Uit Wad en Polder’, een bundel schetsen en het Groninger dorpsverhaal ‘Zijn tweede Vrouw’. Hij was redacteur van het maandblad Groningen en schreef ook boeken in Groninger dialect. Na het overlijden van zijn echtgenoot in 1918 hertrouwde hij in 1920 Betsy van ’t Hof.

(Bron: o.a. Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren)

 

   

Paulus Dominicus Johannes Jozef (Paul) Voestermans (1909-1938) (Vak 10, 26) Tengevolge van een noodlottig ongeval overleed groentehandelaar Paul Voestermans op de geboortedag van prinses Beatrix, 31 januari 1938.

Komende over de rijksweg uit de richting Echt botste de door Voestermans bestuurde zwaar beladen vrachtwagen met een enorme klap op een tractor met aanhanger van de firma ‘de Globe, dakpannenfabrikant uit Tegelen, die ter hoogte van het voormalige Maasbracht-Station rechts van de weg geparkeerd stond. Voestermans was op slag dood, zijn mede inzittende werknemer Gerard van Melick raakte ernstig gewond. Paul Voestermans was getrouwd met Elisabeth Bayer en vader van twee kinderen. 

 

 

Christiaan Karel de Vries (1861-1929) (B, 2,12)

Een van de vele militairen die op het Protestantse gedeelte begraven zijn was de adjudant onderofficier der infanterie bij de Landweer Christiaan Karel de Vries.

De Landweer was tussen 1901 en 1922 een reserveleger van vrijwilligers en dienstplichtigen, opgericht om in korte tijd naast de reguliere krijgsmacht een groot aantal soldaten te kunnen mobiliseren. Christiaan Karel de Vries werd geboren in Vlissingen en trouwde in 1886 met de zes jaar oudere Johanna Steenaart (1855-1942) uit Den Helder. In de burgermaatschappij was hij kassier bij de Nederlandse bank. Het gezin De Vries woonde aan de Willem II Singel 10 A. Ze kregen vier kinderen. Zoon Johannes Adrianus werd in 1889 in Den Bosch geboren, Christiaan Bernard Johan Hubert  in 1892 te Venlo, hun dochters  Maria Cornelia Johanna  en Johanna Catharina Susanna  respectievelijk in 1893 en 1894, eveneens te Venlo.

 

Leopoldus Franciscus Hubertus van Waegeningh (1828-1907) (Vak A, 293-294)

In 1866 vond het huwelijk plaats tussen de sigarenfabrikant Leopold van Waegeningh en de uit Horn afkomstige Gertrudis Elisbeth Wackers (1835-1912). Voor haar was dit haar tweede huwelijk na eerder getrouwd geweest te zijn met Gerardus Bayer. Een zoon uit dit huwelijk was de in 1858 geboren Willem Bayer. Het gezin Van Waegeningh woonde aan de hedendaagse Markstraat 3, destijds ‘Onder aan de Markt’ genoemd, waar eveneens een sigarenwinkel uitgebaat werd. In 1868 werd uit het tweede huwelijk onder meer zoon Joseph Charles Hubert van Waegeningh geboren die zich op latere leeftijd in de fotografie zou specialiseren en een bekende fotograaf zou worden met een studio aan de Willem II Singel 76a. Hij trouwde eveneens twee maal: de eerste keer met Maria Catharina Wiers uit Urmond en de tweede keer met de Roermondse Antoinette Hendriks. Een broer van Charles van Waegeningh was Emile van Waegeningh (1870-1944) die als beroepsmilitair in Breda, apotheker en forensisch fotograaf zou worden en later naar Maastricht zou verhuizen.* Een zus van Charles en Emile van Waegeningh was Maria Antoinette Francisca van Waegeningh (1874-1948), die, mogelijk inwonend bij haar oudere broer, te Maastricht overleed maar bij haar ouders in Roermond begraven is. De uiterlijke kenmerken van dit familiegraf zijn niet meer aanwezig. Johannes Hermanus Hubertus van Waegeningh (1860-1932)(Vak 6, 42) was een neef van Leopold van Waegeningh, zoon van de aan de Marktstraat 4 wonende tingieter en winkelier Joannes Hermanus Leopoldus van Waegeningh (1821-1902) en de in Weert geboren Johanna Boonen. In 1895 trad hij in Sittard in het huwelijk met Gertrudis van Neer.

*Bron: ‘Spiegel van Roermond’ 2018, ‘Van pharmacien tot apotheker’, pag.222

 

Pieter Hubertus (Piet) Wijers (1862-1946) (Vak 3b, 23)
Piet Wijers werd te Roermond geboren als derde kind van Pieter Mathijs Wijers en Agnes Schreuter. Van beroep was hij schoenmaker en woonachtig aan de Begijnhofstraat. Zoon Piet werd fabrieksarbeider (magazijnbediende) en trad in 1886 te Roermond in het huwelijk met de in 1864 eveneens in deze stad geboren Elisabeth van der Goor die in 1947 overleed. Zij woonden destijds aan de Kruisherenstraat 18. In 1946 vierden zij aan de Venloseweg 51 hun diamanten bruiloft. Een krantenartikel uit die tijd vermeldde dat het feestrijtuig door de buurtbewoners naar het Wilhelminaplein getrokken moest worden ten gevolge van onwilligheid van de paarden die geschrokken waren van de muziek. Het echtpaar Wijers-Van der Goor was de overgrootouders van vaderszijde van de elders beschreven Christien Sanders.

Mededeling Frans Sanders, Eindhoven

----------Echtpaar Wijers-Van der Goor in 1926 bij hun 40-jarig huwelijk

……en in 1946 bij hun 60-jarig huwelijk, temidden van hun kinderen
en kleinkinderen in de tuin van het Carmelitessenklooster aan de Venloseweg 78

 


Detail laatste rustplaats van het echtpaar Wijers-Van der Goor

 

Petrus Hubertus Willemsen (1840-1919) (Vak A, 18-20)  

Hubert Willemsen was koopman in manufacturen, lid van de katholieke kiesvereniging en wethouder van Roermond tussen 1894 en 1919.

In die hoedanigheid trad hij langdurig op als plaatsvervanger van de ziekelijke burgemeester Sanders. In dit familiegraf met de grote bronzen Christusfiguur zijn eveneens zijn ouders Johannes Franciscus Willemsen (1803-1882),van beroep slotenmaker en Helena Hubertina Simons (1818-1888) begraven, benevens zijn broers Gregorius Hubertus Willemsen (1859-1907) en Leo Hubertus Willemsen (1849-1918) en zijn zussen Mechtidis Hubertina Willemsen (1849-1915) en Maria Margaretha Hubertina Willemsen (1851-1931). Hubert Willemsen bleef ongehuwd.

(Met dank aan Maurice Heemels, Heythuysen)

 

  

Maria Josephina Catharina Hubertina Xhofleer (1865-1944) (Vak 22, 3)

Evenals de families Xhaflaire stamt de familie Xhofleer af van van oorsprong Belgische kermisexploitanten die Roermond als thuishaven hadden (zie pagina 143). De ouders van Josephina Xhofleer waren de orgeldraaier Joseph Xhofleer (1833-1873) en de uit Posterholt afkomstige kraamster Anna Stevens (1834-1927). Zij werd 92 jaar oud en werd begraven in vak 3a, nummer 30. De verwijzing naar haar grafplaats is nog aanwezig, de uiterlijke kenmerken niet meer. Deze Joseph Xhofleer zou geboren zijn uit een kortstondige relatie die zijn moeder, Margaretha Xhaflaire, had met een onbekend iemand. Vandaar dat hij de aangepaste achternaam van zijn moeder draagt. In ieder geval was hij niet de zoon van haar wettige echtgenoot Pierre Libot, vanwege zijn postuur bekend als ‘de Reus’ en in 1843 de oprichter van het destijds in België populaire circus Libot. In 1889 trad Josephina Xhofleer in het huwelijk met de in 1866 te Roermond geboren metselaar Theodorus Leijendeckers.

 

 

Circus

 

  


Wilhelmus Hubertus Joseph (Willem) Zeegers (1891-1926) (Vak 3a, 4)
De in Roermond geboren Willem Zeegers was huisschilder van beroep en trouwde in 1921 te Meerlo met de uit deze plaats afkomstige Maria Elisabeth Driessen (1891-1967). De ouders van de bruidegom waren de brouwersknecht, later fabrieksarbeider en herbergier Franciscus Zeegers uit Posterholt en de Roermondse dienstbode Maria Catharina Hubertina Aben (1861-1918). Uit dit in 1887 gesloten huwelijk zijn twaalf kinderen geboren. Frans Zeegers is in 1930 begraven in vak 4b, nummer 24. Zijn echtgenote kreeg reeds in 1918 haar laatste rustplaats in vak 12, nummer 17. De ouders van de bruid waren Martin Driessen uit Horst en de Meerlose Petronella van de Ven. Het echtpaar Zeegers-Driessen kreeg in 1925 één dochtertje, Petronella Theodora, dat slechts tien maanden oud werd. Maria Driessen, die in het sanatorium te Horn overleed, woonde aan de Kraanpoort 6. Een broer van Willem Zeegers, Joseph Frans Hubert Zeegers, is in 1951 begraven in vak 3a, nummer 10.

  

Agnes Johanna Helena Zormar (1919-1930)(Vak 11a, 25)
De op ruim tienjarige leeftijd overleden Agnes Zormar was een dochter van de tuinier Hubert Henri Joseph Zormar (1893-1963) en Elisabeth Catharina Hubertina Backus (1894-1977). Het gezin Zormar woonde aan de Voorstad St. Jacob 50 en exploiteerde daar ‘groenten-en vruchtboomkwekerijen’, destijds opgericht door vader Joseph Henricus Hubertus Jacobus Zormar (1857-1918). Hij was in 1883 gehuwd met Maria Agnes Cox (1855-1925). Zij rusten respectievelijk in vak 18, 26 en vak 3a, 50. Hubert Zormar was vanwege zijn hulpbetoon in oorlogstijd begiftigd met het tweevoudig kruis van verdienste de Bronzen Medaille van Hare Majesteit de Koningin en het ‘Croix de Guerre 1940-1945, avec Etoile de Bronze’.

 

  

____________________________________________________________________________________________________________________________

____________________________________________________________________________________________________________________________

 

 

AFBEELDINGEN DIE BETREKKING HEBBEN OP EEN REEDS BESCHREVEN LAATSTE RUSTPLAATS

 

Johann Viktor Henderickx (pag. 61)

 

 

 

 

 

 

Carl Weber, pagina 97/98

 


Op deze foto zijn de architect Carl Weber en zijn eerste echtgenote Emily of Stratford de Redcliffe beiden zittend ten halve lijve afgebeeld. Zij draagt een strak kapsel met pijpenkrullen en is gekleed in een donkere hoog gesloten jurk. Hij draagt een gesloten colbert met een shawltje rond zijn hals. De foto is duidelijk in scene gezet. Webers' vrouw was namelijk al overleden toen ze gefotografeerd werd. Haar lichaam werd op het bankje gezet en kunstmatig overeind gehouden, hetgeen o.a. te zien is aan het kettinkje dat haar hand in positie houdt. Carl Weber heeft naast haar plaatsgenomen en poseert alsof beide echtelieden samen op het bankje zijn gaan zitten.
De foto is gemaakt met de vroegste fotografische techniek volgens het daguerreotype principe. Hierbij werd een gepolijste met een zoutoplossing voorziene verzilverde koperen plaat gebruikt die aan licht werd blootgesteld. Na blootstelling aan kwikdamp ontstaan op de plaat positieve spiegelende beelden.

Met dank aan Gerard van de Garde en Léon Gilissen, GAR.

 

 


Grafkelder Stoltzenberg, pagina 105/106/107



Maria Christina Hubertina Josephina Stoltzenberg was een dochter van François Stoltzenberg, de vennoot van Pierre Cuypers. Zij trouwde in 1868 met de architect Antoine Bolsius (1839-1874) die aanvankelijk bij Cuypers in dienst was en die het huis naast de Cuypers Werkplaatsen (Andersonweg 10) bouwde voor hemzelf en zijn vrouw Bolsius-Stoltzenberg. Op de foto, die afkomstig is uit een fotoalbum van de familie Stoltzenberg en zich momenteel in het Cuypershuis bevindt, is Antoine Bolsius te zien op zijn sterfbed.

Met dank aan Léon Gilissen, Cuypershuis Roermond

 

Familiegraven Haan, pagina 192/193/194/195

 

Uitvaart van luitenant-kolonel Ernest Haan op 12 juli 1939

Ernest Haan verlaat het ouderlijk huis apothekerspand Neerstraat 22

 

 

De begrafenisstoet op weg van de Neerstraat via de Marktstraat naar de Kathedraal

 

De begrafenis op het Oude Kerkhof. In uniform (zonder medaille) saluerend: apotheker zoon Frits Haan jr.


Foto's “R.K. Persbureau Het Zuiden” – ’s Hertogenbosch-Maastricht.
Met dank aan Joep Haan, Linne.

 

 

Florentine (Tiny) Imkamp (1910-2001), pag. 225

 

 

De portretten van Henri Sagers en zijn echtgenote Wilhelmina Rassaert bevinden zich in het verenigingsgebouw van de Koninklijke Harmonie Roermond. (zie pag. 65 onder Musici)

--

HENRI SAGERS (1819-1889) -------------------------WILHELMINA SAGERS-RASSAERT (1835-1918)

 

 

 

De Bongaertskapel na de oplevering in 1860 (Bron: Archief familie Bongaerts).Zie: pag. 121.

 

 

 

 

 

 

Interieur grafkelder Mertz Lemmens (Samengestelde foto: Wim Bongaerts)

 

 

Gerard Silkens (1972)

 

Op pag. 153 is een foto aanwezig van Mgr. Schrijnen, bisschop van Roermond van 1914 tot 1932. Op de originele foto staat hij echter met zijn secretaris Johannes Wilhelmus Josephus Linssen (1861-1929) afgebeeld (zie ook: pag. 90/91). Met dank aan Laurent Linssen, Beegden.